BWBR0049978
Geldig vanaf 2025-08-11
Artikel 9
Tijdelijke regeling subsidie maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden
1. Voor subsidie komen in aanmerking:
a. externe kosten, waaronder verstaan wordt de kosten die in rekening worden gebracht door derden voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 8;
b. een toeslag van 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten.
2. Onverminderd het eerste lid, komen voor activiteiten op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, voor subsidie in aanmerking:
a. een vrijwilligersvergoeding voor de aan de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 8, toe te rekenen uren, conform het door de Belastingdienst toegestane tarief;
b. directe loonkosten die zijn verbonden met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, genoemd in artikel 8, waarvoor een vastgesteld uurtarief van € 65,– wordt gehanteerd;
c. indien van toepassing, een vergoeding van € 10.000,– voor de kosten van een controleverklaring als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;
d. een opslag ter vergoeding van het honorarium van een subsidieadviseur of de regeldrukkosten van de aanvrager, ten hoogte van: 1°. € 1.000,– voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede lid;
2°. € 2.500,– voor aanvragen op grond van artikel 6, derde lid;
3°. € 3.750,– voor aanvragen op grond van artikel 6, vierde lid.
1°. € 1.000,– voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede lid;
2°. € 2.500,– voor aanvragen op grond van artikel 6, derde lid;
3°. € 3.750,– voor aanvragen op grond van artikel 6, vierde lid.
3. Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste € 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de aanvrager; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
4. Een uurtarief van een externe adviseur bedraagt maximaal € 135,–, exclusief btw. Voorgaande volzin is niet van toepassing, indien de Aanbestedingswet 2012op de subsidieontvanger van toepassing is.
5. Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de hiernavolgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vrijwilligersvergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel:
a. de subsidieaanvrager;
b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager;
c. een organisatie waarin één of meerdere partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook in het bestuur van de subsidieaanvrager zijn vertegenwoordigd;
d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie en die persoon ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager;
e. een organisatie waarin de subsidieaanvrager direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft;
f. een organisatie waarin zich anderszins een belangenconflict voordoet als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar wordt gebracht.
6. Voor subsidie komen niet in aanmerking:
a. kosten die het karakter hebben van een herstelbetaling, compensatie of schadeloosstelling;
b. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;
c. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten;
d. leasekosten;
e. investeringen in duurzame gebruiksgoederen, zijnde goederen die afgeschreven worden;
f. afschrijvingskosten;
g. licenties;
h. individuele therapieën;
i. kosten voor het doen van algemeen wetenschappelijk onderzoek;
j. aankoop onroerend goed of kunstvoorwerpen.
7. Voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, zijn opleidingskosten niet subsidiabel.
a. externe kosten, waaronder verstaan wordt de kosten die in rekening worden gebracht door derden voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 8;
b. een toeslag van 15% van het in de subsidievaststelling bepaalde bedrag aan subsidiabele kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten.
2. Onverminderd het eerste lid, komen voor activiteiten op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, voor subsidie in aanmerking:
a. een vrijwilligersvergoeding voor de aan de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 8, toe te rekenen uren, conform het door de Belastingdienst toegestane tarief;
b. directe loonkosten die zijn verbonden met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, genoemd in artikel 8, waarvoor een vastgesteld uurtarief van € 65,– wordt gehanteerd;
c. indien van toepassing, een vergoeding van € 10.000,– voor de kosten van een controleverklaring als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;
d. een opslag ter vergoeding van het honorarium van een subsidieadviseur of de regeldrukkosten van de aanvrager, ten hoogte van: 1°. € 1.000,– voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede lid;
2°. € 2.500,– voor aanvragen op grond van artikel 6, derde lid;
3°. € 3.750,– voor aanvragen op grond van artikel 6, vierde lid.
1°. € 1.000,– voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede lid;
2°. € 2.500,– voor aanvragen op grond van artikel 6, derde lid;
3°. € 3.750,– voor aanvragen op grond van artikel 6, vierde lid.
3. Voor zover de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit kosten van externe opdrachten met een waarde van ten minste € 50.000, zijn deze kosten slechts subsidiabel indien zij marktconform zijn, wat wordt aangetoond aan de hand van:
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de aanvrager; of
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
4. Een uurtarief van een externe adviseur bedraagt maximaal € 135,–, exclusief btw. Voorgaande volzin is niet van toepassing, indien de Aanbestedingswet 2012op de subsidieontvanger van toepassing is.
5. Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de hiernavolgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vrijwilligersvergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en de toeslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel:
a. de subsidieaanvrager;
b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager;
c. een organisatie waarin één of meerdere partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook in het bestuur van de subsidieaanvrager zijn vertegenwoordigd;
d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie en die persoon ook werkzaam is voor de subsidieaanvrager;
e. een organisatie waarin de subsidieaanvrager direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft;
f. een organisatie waarin zich anderszins een belangenconflict voordoet als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar wordt gebracht.
6. Voor subsidie komen niet in aanmerking:
a. kosten die het karakter hebben van een herstelbetaling, compensatie of schadeloosstelling;
b. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;
c. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten;
d. leasekosten;
e. investeringen in duurzame gebruiksgoederen, zijnde goederen die afgeschreven worden;
f. afschrijvingskosten;
g. licenties;
h. individuele therapieën;
i. kosten voor het doen van algemeen wetenschappelijk onderzoek;
j. aankoop onroerend goed of kunstvoorwerpen.
7. Voor aanvragen op grond van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, zijn opleidingskosten niet subsidiabel.