BWBR0049977
Geldig vanaf 2025-08-11
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden Caribisch deel van het Koninkrijk
1. Voor subsidies op grond van artikel 5, eerste lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:
a. een opleiding, cursus of training die wordt gegeven volgens een vooraf vastgesteld programma en door een daartoe bevoegd docent en die wordt afgesloten met een diploma, certificaat of bewijs van deelname. De activiteit is bedoeld voor de bestuursleden van de aanvrager en gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van hun bestuurlijke taken of de inrichting of verbetering van de administratieve organisatie van de aanvrager;
b. een opleiding, cursus of training die wordt gegeven volgens een vooraf vastgesteld programma en door een daartoe bevoegd docent en die wordt afgesloten met een diploma, certificaat of bewijs van deelname. De activiteit is bedoeld voor de werknemers in loondienst bij de aanvrager en is gericht op de inrichting of verbetering van de administratieve organisatie van de aanvrager;
c. het bouwen of verbeteren van de website van aanvrager met als doel om activiteiten die aansluiten op de doelen, genoemd in artikel 2, onder de aandacht te kunnen brengen.
2. Voor subsidies op grond van artikel 5, tweede, derde en vierde lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:
a. projecten om de veerkracht van de gemeenschap tegen discriminatie en racisme te vergroten;
b. projecten ter bevordering van gezondheid en welzijn van de gemeenschap in relatie tot het slavernijverleden;
c. projecten die zich richten op het delen van geschiedenis met betrekking tot slavernij;
d. het organiseren van bijeenkomsten, lezingen, seminars en paneldiscussie die de dialoog en begrip over het slavernijverleden bevorderen;
e. het organiseren van evenementen die bijdragen aan de verwerking van het slavernijverleden;
f. projecten voor educatie, waaronder de ontwikkeling van lesmateriaal, het maken en geven van workshops en het maken of ontwikkelen van digitale platforms;
g. kunstuitingen, waaronder tentoonstellingen en voorstellingen.
3. Onverminderd het tweede lid, komen voor subsidies op grond van artikel 5, vierde lid, uitsluitend projecten in aanmerking met een blijvende of langdurige impact of met een groot bereik die het slavernijverleden en de gedeelde geschiedenis zichtbaar maken.
a. een opleiding, cursus of training die wordt gegeven volgens een vooraf vastgesteld programma en door een daartoe bevoegd docent en die wordt afgesloten met een diploma, certificaat of bewijs van deelname. De activiteit is bedoeld voor de bestuursleden van de aanvrager en gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden voor het uitoefenen van hun bestuurlijke taken of de inrichting of verbetering van de administratieve organisatie van de aanvrager;
b. een opleiding, cursus of training die wordt gegeven volgens een vooraf vastgesteld programma en door een daartoe bevoegd docent en die wordt afgesloten met een diploma, certificaat of bewijs van deelname. De activiteit is bedoeld voor de werknemers in loondienst bij de aanvrager en is gericht op de inrichting of verbetering van de administratieve organisatie van de aanvrager;
c. het bouwen of verbeteren van de website van aanvrager met als doel om activiteiten die aansluiten op de doelen, genoemd in artikel 2, onder de aandacht te kunnen brengen.
2. Voor subsidies op grond van artikel 5, tweede, derde en vierde lid, komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:
a. projecten om de veerkracht van de gemeenschap tegen discriminatie en racisme te vergroten;
b. projecten ter bevordering van gezondheid en welzijn van de gemeenschap in relatie tot het slavernijverleden;
c. projecten die zich richten op het delen van geschiedenis met betrekking tot slavernij;
d. het organiseren van bijeenkomsten, lezingen, seminars en paneldiscussie die de dialoog en begrip over het slavernijverleden bevorderen;
e. het organiseren van evenementen die bijdragen aan de verwerking van het slavernijverleden;
f. projecten voor educatie, waaronder de ontwikkeling van lesmateriaal, het maken en geven van workshops en het maken of ontwikkelen van digitale platforms;
g. kunstuitingen, waaronder tentoonstellingen en voorstellingen.
3. Onverminderd het tweede lid, komen voor subsidies op grond van artikel 5, vierde lid, uitsluitend projecten in aanmerking met een blijvende of langdurige impact of met een groot bereik die het slavernijverleden en de gedeelde geschiedenis zichtbaar maken.