BWBR0049963
Geldig vanaf 2024-07-12
Artikel 5
Regeling Geestelijk Verzorgers Defensie
1. De geestelijk verzorger verricht de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden, waaronder begrepen de in dat verband te onderhouden contacten met medewerkers van het Ministerie van Defensie, zonder inhoudelijke bemoeienis daarmee zijdens functionarissen en overige medewerkers van het Ministerie van Defensie. De geestelijk verzorger is omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden slechts verantwoording verschuldigd aan het Hoofd van Dienst van de denominatie waartoe de geestelijk verzorger behoort.
2. Het Hoofd van Dienst is omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden slechts verantwoording verschuldigd aan de zendende instantie en – in voorkomend geval – het kerkgenootschap of genootschap op grond van levensbeschouwing waartoe het Hoofd van Dienst behoort.
3. De geestelijk verzorger is niet gehouden mededeling te doen aan medewerkers van het Ministerie van Defensie, niet zijnde geestelijk verzorgers, omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden contacten en werkzaamheden.
2. Het Hoofd van Dienst is omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden slechts verantwoording verschuldigd aan de zendende instantie en – in voorkomend geval – het kerkgenootschap of genootschap op grond van levensbeschouwing waartoe het Hoofd van Dienst behoort.
3. De geestelijk verzorger is niet gehouden mededeling te doen aan medewerkers van het Ministerie van Defensie, niet zijnde geestelijk verzorgers, omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden contacten en werkzaamheden.