BWBR0049912
Geldig vanaf 2024-07-03
Artikel 2
Mandaat- volmacht- en machtigingsregeling Uitvoering Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst
1. De voorzitter wordt mandaat verleend tot:
a. het nemen van primaire besluiten tot toekennen of weigeren van een recht op het eenmalige bedrag zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit alsmede tot het intrekken, terug- en invorderen van een dergelijk bedrag indien dat ten onrechte is toegekend zoals bedoeld in artikel 10 van het Besluit;
b. het nemen van besluiten op grond van de Wet open overheid over informatie die verband houdt met de uitoefening van de taken in het kader van de uitvoering van het Besluit;
c. het beslissen over bezwaarschriften die zijn gericht tegen de onder a en b bedoelde primaire besluiten, voor zover het primaire besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.
2. De voorzitter wordt in het kader van de uitvoering van het Besluitvolmacht verleend alsmede machtiging:
a. voor het vertegenwoordigen van Onze minister in rechte in administratiefrechtelijke procedures gericht tegen de in het eerste lid, onder c bedoelde beschikkingen zoals ter terechtzitting en met betrekking tot het opstellen van verweer- en hoger beroepschriften alsmede het verrichten van alle daarmee samenhangende feitelijke handelingen;
b. voor het verrichten van de in artikel 8 van het Besluit bedoelde betalingen en overige feitelijke handelingen.
3. De voorzitter wordt toegestaan om onder mandaat te verlenen zoals bedoeld in artikel 10:9 van de Algemene wet bestuursrechtmet betrekking tot de in het eerste lid genoemde in mandaat uitgevoerde bevoegdheden alsmede om de in het tweede en derde lid bedoelde bevoegdheden door te verlenen.
a. het nemen van primaire besluiten tot toekennen of weigeren van een recht op het eenmalige bedrag zoals bedoeld in artikel 5 van het Besluit alsmede tot het intrekken, terug- en invorderen van een dergelijk bedrag indien dat ten onrechte is toegekend zoals bedoeld in artikel 10 van het Besluit;
b. het nemen van besluiten op grond van de Wet open overheid over informatie die verband houdt met de uitoefening van de taken in het kader van de uitvoering van het Besluit;
c. het beslissen over bezwaarschriften die zijn gericht tegen de onder a en b bedoelde primaire besluiten, voor zover het primaire besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.
2. De voorzitter wordt in het kader van de uitvoering van het Besluitvolmacht verleend alsmede machtiging:
a. voor het vertegenwoordigen van Onze minister in rechte in administratiefrechtelijke procedures gericht tegen de in het eerste lid, onder c bedoelde beschikkingen zoals ter terechtzitting en met betrekking tot het opstellen van verweer- en hoger beroepschriften alsmede het verrichten van alle daarmee samenhangende feitelijke handelingen;
b. voor het verrichten van de in artikel 8 van het Besluit bedoelde betalingen en overige feitelijke handelingen.
3. De voorzitter wordt toegestaan om onder mandaat te verlenen zoals bedoeld in artikel 10:9 van de Algemene wet bestuursrechtmet betrekking tot de in het eerste lid genoemde in mandaat uitgevoerde bevoegdheden alsmede om de in het tweede en derde lid bedoelde bevoegdheden door te verlenen.