BWBR0049910
Geldig vanaf 02-07-2024
Artikel 10
Besluit mandaatverlening aan korpschef Korps Politie Caribisch Nederland en algemeen commandant Brandweerkorps Caribisch Nederland 2024
1. Het ondermandaat van de korpschef en de algemeen commandant aan de onder hen ressorterende functionarissen wordt schriftelijk verleend.
2. De korpschef en de algemeen commandant kunnen per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
3. De gemandateerde verschaft de korpschef of de algemeen commandant op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
4. De korpschef en de algemeen commandant blijven bevoegd de aan de onder hen ressorterende functionarissen gemandateerde bevoegdheden uit te oefenen.
5. De korpschef en de algemeen commandant kunnen het ondermandaat te allen tijde intrekken.
6. De korpschef en de algemeen commandant informeren de directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s voorafgaand aan het verlenen van het ondermandaat.
7. Het ondermandaat treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.
2. De korpschef en de algemeen commandant kunnen per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
3. De gemandateerde verschaft de korpschef of de algemeen commandant op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
4. De korpschef en de algemeen commandant blijven bevoegd de aan de onder hen ressorterende functionarissen gemandateerde bevoegdheden uit te oefenen.
5. De korpschef en de algemeen commandant kunnen het ondermandaat te allen tijde intrekken.
6. De korpschef en de algemeen commandant informeren de directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s voorafgaand aan het verlenen van het ondermandaat.
7. Het ondermandaat treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049910
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl