BWBR0049897
Geldig vanaf 2024-07-02
Artikel 10
Subsidieregeling ondersteuning werkgevers inzet statushouders
1. De minister neemt binnen 22 weken na afloop van de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend, zijn verricht, ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.
2. De werkgever aan wie subsidie is verleend toont op verzoek van de Minister, tot zeven jaar na de datum van de vaststelling van de subsidie, aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de verleende subsidie, aan de hand van de volgende documenten:
a. een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de individuele begeleiding is uitgevoerd;
b. een loonstaat waaruit blijkt dat de betreffende statushouder loon heeft ontvangen in de periode waarop de subsidie betrekking heeft;
c. een kopie van de verblijfsvergunning van de statushouder; en
d. de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, onderdeel a.
3. De Minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever die de subsidie is verleend wijzigen, indien de werkgever niet heeft voldaan aan de voorwaarden of het doel van deze regeling.
4. Voor het activiteitenverslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het daartoe verstrekte format op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
2. De werkgever aan wie subsidie is verleend toont op verzoek van de Minister, tot zeven jaar na de datum van de vaststelling van de subsidie, aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de verleende subsidie, aan de hand van de volgende documenten:
a. een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de individuele begeleiding is uitgevoerd;
b. een loonstaat waaruit blijkt dat de betreffende statushouder loon heeft ontvangen in de periode waarop de subsidie betrekking heeft;
c. een kopie van de verblijfsvergunning van de statushouder; en
d. de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, onderdeel a.
3. De Minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever die de subsidie is verleend wijzigen, indien de werkgever niet heeft voldaan aan de voorwaarden of het doel van deze regeling.
4. Voor het activiteitenverslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het daartoe verstrekte format op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.