BWBR0049852
Geldig vanaf 2024-06-25
Artikel 4
Mandaatbesluit AIVD 2024
1. De directeur heeft mandaat ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en die, onverminderd het Mandaatbesluit BZK 2023, niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.
2. De directeur heeft mandaat tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven. Dit mandaat is beperkt tot het budget dat aan de organisatorische eenheid waaraan de directeur verbonden is, ter beschikking is gesteld op basis van een door de directeur-generaal en de DG-controller goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de directeur verantwoordelijk is, met een maximum van € 2.000.000,– per transactie.
3. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur worden diens taken volledig uitgeoefend door het eerst aangewezen unithoofd.
4. De artikelen 7.7en 7.8 van het Mandaatbesluit BZK 2023zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur.
2. De directeur heeft mandaat tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven. Dit mandaat is beperkt tot het budget dat aan de organisatorische eenheid waaraan de directeur verbonden is, ter beschikking is gesteld op basis van een door de directeur-generaal en de DG-controller goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de directeur verantwoordelijk is, met een maximum van € 2.000.000,– per transactie.
3. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur worden diens taken volledig uitgeoefend door het eerst aangewezen unithoofd.
4. De artikelen 7.7en 7.8 van het Mandaatbesluit BZK 2023zijn niet van toepassing op het mandaat van de directeur.