BWBR0049835
Geldig vanaf 2024-06-20
Artikel 9
Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB laag 6
1. Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 10, vijfde lid, heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 11heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:
a. stort de minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager, of
b. stuurt de minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.
2. In het geval van een gedeeltelijke afwijzing, bedoeld in artikel 11, derde lid, of een gedeeltelijke intrekking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, wordt enkel het deel van de waarborgsom of bankgarantie dat betrekking heeft op de gedeeltelijke afwijzing of gedeeltelijke intrekking teruggestort dan wel vervallen verklaard.
3. Indien de minister een waarborgsom geheel of gedeeltelijk terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk tweede lid vergoedt hij tegelijkertijd de rente over het teruggestorte bedrag, berekend vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het bedrag door de minister wordt teruggestort.
a. stort de minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager, of
b. stuurt de minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.
2. In het geval van een gedeeltelijke afwijzing, bedoeld in artikel 11, derde lid, of een gedeeltelijke intrekking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, wordt enkel het deel van de waarborgsom of bankgarantie dat betrekking heeft op de gedeeltelijke afwijzing of gedeeltelijke intrekking teruggestort dan wel vervallen verklaard.
3. Indien de minister een waarborgsom geheel of gedeeltelijk terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a respectievelijk tweede lid vergoedt hij tegelijkertijd de rente over het teruggestorte bedrag, berekend vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het bedrag door de minister wordt teruggestort.