BWBR0049785
Geldig vanaf 2024-06-11
Artikel 7
Tijdelijke regeling specifieke uitkering duurzame en circulaire infrastructuur
1. Het uitkeringsplafond bedraagt € 9.000.000 inclusief compensabele btw.
2. Het uitkeringsplafond bedraagt gedurende de aanvraagperiode bedoeld in artikel 9, tweede lid:
a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel a: € 3.500.000;
b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b: € 4.000.000;
c. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel c: € 1.500.000.
3. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel b of c.
4. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel a of c.
5. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel a of b.
6. De minister verdeelt de beschikbare gelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. Het uitkeringsplafond bedraagt gedurende de aanvraagperiode bedoeld in artikel 9, tweede lid:
a. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel a: € 3.500.000;
b. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b: € 4.000.000;
c. voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, onderdeel c: € 1.500.000.
3. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel b of c.
4. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel a of c.
5. Indien een subsidieplafond, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld indien sprake is van onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid, onderdeel a of b.
6. De minister verdeelt de beschikbare gelden op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.