BWBR0049759
Geldig vanaf 2024-06-05
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie Beschermde Cultuurgoederen
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
3. De leden zijn niet werkzaam bij het ministerie en zijn ook overigens niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
4. De voorzitter en de andere leden hebben kennis, expertise en een brede belangstelling voor cultuurgoederen en verzamelingen, kennis van de Collectie Nederland, bestuurlijke ervaring en/of een breed netwerk.
5. De minister benoemt de leden voor ten hoogste vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.
6. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
7. De voorzitter en overige leden kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de minister.
8. Indien in voorkomend geval uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat de voorzitter of een van de andere leden van de adviescommissie zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een casus dan zullen zij zich laten vervangen en zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de casus.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
3. De leden zijn niet werkzaam bij het ministerie en zijn ook overigens niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister.
4. De voorzitter en de andere leden hebben kennis, expertise en een brede belangstelling voor cultuurgoederen en verzamelingen, kennis van de Collectie Nederland, bestuurlijke ervaring en/of een breed netwerk.
5. De minister benoemt de leden voor ten hoogste vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd.
6. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
7. De voorzitter en overige leden kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de minister.
8. Indien in voorkomend geval uit feiten en/of omstandigheden blijkt dat de voorzitter of een van de andere leden van de adviescommissie zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een casus dan zullen zij zich laten vervangen en zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de casus.