BWBR0049746
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 6
Implementatiebesluit toegankelijkheidsvoorschriften personenvervoer per vliegtuig en over water
1. De in artikel 3bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften zijn uitsluitend van toepassing voor zover de naleving ervan:
a. geen ingrijpende wijziging van een dienst vereist, resulterend in een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard ervan, en
b. geen onevenredige last voor de betrokken dienstverlener oplevert.
2. Dienstverleners voeren een beoordeling uit om te kunnen bepalen of het naleven van de in artikel 3bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften tot een fundamentele wijziging leidt of, overeenkomstig de criteria in bijlage VI bij de richtlijn, een onevenredige last als bedoeld in het eerste lid van dit artikel oplevert.
3. Dienstverleners documenteren de in het tweede lid genoemde beoordeling en bewaren alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de dienst voor het laatst op de markt is verleend.
4. Waar er sprake is van een onevenredige last, vernieuwen dienstverleners voor elke categorie of soort dienst hun beoordeling van de onevenredige last:
a. naar aanleiding van wijziging van de aangeboden dienst; of
b. op verzoek van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; en
c. in ieder geval om de vijf jaar.
5. Dienstverleners die uit andere bronnen dan eigen middelen financiering ontvangen ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat, kunnen geen beroep doen op het eerste lid, onderdeel b.
6. Dienstverleners, met uitzondering van micro-ondernemingen, die voor een specifieke dienst een beroep doen op het eerste lid, verstrekken informatie daartoe aan onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
a. geen ingrijpende wijziging van een dienst vereist, resulterend in een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard ervan, en
b. geen onevenredige last voor de betrokken dienstverlener oplevert.
2. Dienstverleners voeren een beoordeling uit om te kunnen bepalen of het naleven van de in artikel 3bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften tot een fundamentele wijziging leidt of, overeenkomstig de criteria in bijlage VI bij de richtlijn, een onevenredige last als bedoeld in het eerste lid van dit artikel oplevert.
3. Dienstverleners documenteren de in het tweede lid genoemde beoordeling en bewaren alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de dienst voor het laatst op de markt is verleend.
4. Waar er sprake is van een onevenredige last, vernieuwen dienstverleners voor elke categorie of soort dienst hun beoordeling van de onevenredige last:
a. naar aanleiding van wijziging van de aangeboden dienst; of
b. op verzoek van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; en
c. in ieder geval om de vijf jaar.
5. Dienstverleners die uit andere bronnen dan eigen middelen financiering ontvangen ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat, kunnen geen beroep doen op het eerste lid, onderdeel b.
6. Dienstverleners, met uitzondering van micro-ondernemingen, die voor een specifieke dienst een beroep doen op het eerste lid, verstrekken informatie daartoe aan onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.