BWBR0049739
Geldig vanaf 2024-06-01
Artikel 2
Regeling specifieke uitkering huisvesting grote gezinnen vergunninghouders tweede tranche
1. De minister kan ten behoeve van de versnelde huisvesting en begeleiding van grote gezinnen vergunninghouders op aanvraag van het college een specifieke uitkering verlenen aan een gemeente voor een project:
a. waarbij een groot gezin gehuisvest moet worden op grond van de taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014, dan wel al op grond van de taakstelling tijdelijk of niet passend in een gemeente is gehuisvest;
b. dat ziet op noodzakelijke ingrepen voor het geschikt maken van een object voor bewoning gelet op de omvang van het beoogde grote gezin door aanpassing of transformatie ervan of door plaatsing van een bouwwerk op het perceel van dat object; en
c. dat binnen een jaar na de datum van verlening van de specifieke uitkering besteed en gerealiseerd wordt.
2. De specifieke uitkering kan ook worden besteed ter verduurzaming van het object, indien dit direct verband houdt met de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
3. De specifieke uitkering kan ook worden besteed voor de huurderving van het object voor maximaal een periode van een jaar die ontstaat door de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
4. Maximaal 10% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor sociaal beheer en maximaal 5% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor noodzakelijke projectkosten.
5. Er wordt geen specifieke uitkering verleend, in het geval voor indiening van een aanvraag al een project is gerealiseerd of met de bouwwerkzaamheden is gestart.
a. waarbij een groot gezin gehuisvest moet worden op grond van de taakstelling, bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014, dan wel al op grond van de taakstelling tijdelijk of niet passend in een gemeente is gehuisvest;
b. dat ziet op noodzakelijke ingrepen voor het geschikt maken van een object voor bewoning gelet op de omvang van het beoogde grote gezin door aanpassing of transformatie ervan of door plaatsing van een bouwwerk op het perceel van dat object; en
c. dat binnen een jaar na de datum van verlening van de specifieke uitkering besteed en gerealiseerd wordt.
2. De specifieke uitkering kan ook worden besteed ter verduurzaming van het object, indien dit direct verband houdt met de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
3. De specifieke uitkering kan ook worden besteed voor de huurderving van het object voor maximaal een periode van een jaar die ontstaat door de aanpassing of transformatie ervan voor bewoning door een groot gezin.
4. Maximaal 10% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor sociaal beheer en maximaal 5% van de verleende specifieke uitkering mag worden ingezet voor noodzakelijke projectkosten.
5. Er wordt geen specifieke uitkering verleend, in het geval voor indiening van een aanvraag al een project is gerealiseerd of met de bouwwerkzaamheden is gestart.