BWBR0049728
Geldig vanaf 2024-06-01
Artikel 2
Aanwijzingsbesluit ambtenaren Dienst Vervoer en Ondersteuning
In de arrondissementen, bedoeld in artikel 4 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling, zijn de ambtenaren van de Dienst Vervoer en Ondersteuning, bevoegd tot:
a. het verrichten van de dienst bij de gerechten, bedoeld in artikel 124, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
b. het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 36d, derde lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot personen die zich bevinden in de gerechtsgebouwen in de arrondissementen, bedoeld in artikel 5 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling.
a. het verrichten van de dienst bij de gerechten, bedoeld in artikel 124, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
b. het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 36d, derde lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot personen die zich bevinden in de gerechtsgebouwen in de arrondissementen, bedoeld in artikel 5 tot en met 13 van de Wet op de rechterlijke indeling.