BWBR0049702
Geldig vanaf 2024-05-17
Artikel 4
Besluit mandaat en machtiging Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw ten behoeve van de uitvoering van de wettelijke taken certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties (CO-stelsel) en tot verlening van volmacht om toe te zien op het gebruik van het beeldmerk ‘CO-VRIJ’
1. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2van dit besluit.
2. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend:
a. om namens de Minister een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 2;
b. verweer te voeren, in geval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel a;
c. verweer te voeren, in geval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 2;
d. en om een procesbesluit te nemen ter zake het instellen van beroep, hoger beroep alsmede het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.
3. Op grond van artikel 10:3, derde lid, Awbwordt mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a Awb, eerste lid, niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.
4. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend tot het namens de Minister afhandelen van klachten, niet zijnde klachten over het bestuur van de toelatingsorganisatie, als bedoeld in titel 9.1 Awb(het voeren van correspondentie, het nemen en doen uitgaan van beslissingen ter zake, met inachtneming van de bepalingen in hoofdstuk 9 van de Awb).
5. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de Minister behandelen en beantwoorden van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties.
2. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend:
a. om namens de Minister een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 2;
b. verweer te voeren, in geval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel a;
c. verweer te voeren, in geval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in artikel 2;
d. en om een procesbesluit te nemen ter zake het instellen van beroep, hoger beroep alsmede het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.
3. Op grond van artikel 10:3, derde lid, Awbwordt mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a Awb, eerste lid, niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.
4. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt mandaat en machtiging verleend tot het namens de Minister afhandelen van klachten, niet zijnde klachten over het bestuur van de toelatingsorganisatie, als bedoeld in titel 9.1 Awb(het voeren van correspondentie, het nemen en doen uitgaan van beslissingen ter zake, met inachtneming van de bepalingen in hoofdstuk 9 van de Awb).
5. Aan het bestuur van de toelatingsorganisatie wordt machtiging verleend tot het namens de Minister behandelen en beantwoorden van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties.