BWBR0049688
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 8
Warenwetbesluit toegankelijkheidsvoorschriften 2024
1. De in artikel 4, eerste en tweede lid, artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften zijn uitsluitend van toepassing voor zover de naleving ervan:
a. geen ingrijpende wijziging van de betreffende producten vereist, resulterend in een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard ervan, of
b. geen onevenredige last voor de betrokken marktdeelnemers oplevert.
2. Marktdeelnemers voeren een beoordeling uit om te kunnen bepalen of de naleving van de bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften tot een fundamentele wijziging leidt of, overeenkomstig de desbetreffende criteria in bijlage VI van de richtlijn, een onevenredige last oplevert.
3. Marktdeelnemers documenteren de in het tweede lid genoemde beoordeling. Zij bewaren alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat een product voor het laatst op de markt is aangeboden. Marktdeelnemers verstrekken op verzoek aan de in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Warenwetbedoelde ambtenaren, een exemplaar van de in het tweede lid genoemde beoordeling.
4. Micro-ondernemingen die zich met producten bezighouden, zijn in afwijking van het derde lid, uitgezonderd van het voorschrift de beoordeling te documenteren. Op verzoek verstrekken zij, indien zij ervoor gekozen hebben een beroep te doen op het eerste lid, aan de in artikel 35c, van de Warenwetbedoelde ambtenaren, de voor de in het tweede lid bedoelde beoordeling relevante feiten.
5. Een marktdeelnemer die uit andere bronnen dan zijn eigen middelen financiering ontvangt ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat, kan geen beroep doen op het eerste lid, onder b.
6. Marktdeelnemers, met uitzondering van micro-ondernemingen, die voor een specifiek product een beroep doen op het eerste lid, verstrekken informatie daartoe aan de in artikel 35c, van de Warenwetbedoelde ambtenaren.
a. geen ingrijpende wijziging van de betreffende producten vereist, resulterend in een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard ervan, of
b. geen onevenredige last voor de betrokken marktdeelnemers oplevert.
2. Marktdeelnemers voeren een beoordeling uit om te kunnen bepalen of de naleving van de bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften tot een fundamentele wijziging leidt of, overeenkomstig de desbetreffende criteria in bijlage VI van de richtlijn, een onevenredige last oplevert.
3. Marktdeelnemers documenteren de in het tweede lid genoemde beoordeling. Zij bewaren alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat een product voor het laatst op de markt is aangeboden. Marktdeelnemers verstrekken op verzoek aan de in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Warenwetbedoelde ambtenaren, een exemplaar van de in het tweede lid genoemde beoordeling.
4. Micro-ondernemingen die zich met producten bezighouden, zijn in afwijking van het derde lid, uitgezonderd van het voorschrift de beoordeling te documenteren. Op verzoek verstrekken zij, indien zij ervoor gekozen hebben een beroep te doen op het eerste lid, aan de in artikel 35c, van de Warenwetbedoelde ambtenaren, de voor de in het tweede lid bedoelde beoordeling relevante feiten.
5. Een marktdeelnemer die uit andere bronnen dan zijn eigen middelen financiering ontvangt ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat, kan geen beroep doen op het eerste lid, onder b.
6. Marktdeelnemers, met uitzondering van micro-ondernemingen, die voor een specifiek product een beroep doen op het eerste lid, verstrekken informatie daartoe aan de in artikel 35c, van de Warenwetbedoelde ambtenaren.