BWBR0049661
Geldig vanaf 2024-08-01
Artikel 4
Beleidsregel oriëntatieprogramma mbo
1. Nadat de student is ingeschreven op een opleidingsdomein zorgt het bevoegd gezag van de instelling ervoor dat de student onderricht krijgt voor LOB, zodat de student tot een toekomstbestendige studiekeuze kan komen.
2. Een oriëntatieprogramma kan al dan niet domeinoverstijgend zijn en heeft tot doel om de student via persoonlijke begeleiding en oriënterende activiteiten inzicht te verschaffen in diens talenten, capaciteiten, interesses, het arbeidsmarktperspectief en de beroepspraktijk behorend bij diverse beroepsopleidingen om te komen tot een weloverwogen studiekeuze.
3. De elementen, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1, van het Examen- en kwalificatiebesluit WEB, die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen, zijn onderdeel van het oriëntatieprogramma.
4. De generieke onderdelen Nederlands, rekenen, loopbaanoriëntatie en -begeleiding en burgerschap zijn onderdeel van het oriëntatieprogramma en worden dientengevolge aan de student aangeboden. De student wordt voor zover mogelijk in de gelegenheid gesteld relevante keuzedelen te volgen. Het bevoegd gezag mag ook de inhoud van andere kwalificaties, waaronder beroepspraktijkvorming, aanbieden in het kader van loopbaanoriëntatie als dat passend is in het licht van het studiekeuzeproces van de student.
2. Een oriëntatieprogramma kan al dan niet domeinoverstijgend zijn en heeft tot doel om de student via persoonlijke begeleiding en oriënterende activiteiten inzicht te verschaffen in diens talenten, capaciteiten, interesses, het arbeidsmarktperspectief en de beroepspraktijk behorend bij diverse beroepsopleidingen om te komen tot een weloverwogen studiekeuze.
3. De elementen, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1, van het Examen- en kwalificatiebesluit WEB, die bij loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan bod komen, zijn onderdeel van het oriëntatieprogramma.
4. De generieke onderdelen Nederlands, rekenen, loopbaanoriëntatie en -begeleiding en burgerschap zijn onderdeel van het oriëntatieprogramma en worden dientengevolge aan de student aangeboden. De student wordt voor zover mogelijk in de gelegenheid gesteld relevante keuzedelen te volgen. Het bevoegd gezag mag ook de inhoud van andere kwalificaties, waaronder beroepspraktijkvorming, aanbieden in het kader van loopbaanoriëntatie als dat passend is in het licht van het studiekeuzeproces van de student.