BWBR0049659
Geldig vanaf 04-05-2024
Artikel 1.1
Onderzoeksregeling 2024–2026
In deze regeling wordt verstaan onder:
a) Expert journalistieke informatiebron: Inhoudelijk of ervaringsdeskundige in dienst bij een van de journalistieke informatiebronnen uit het samenwerkingsverband. Deze beschikt over expertise die aansluit bij de probleemstelling uit het onderzoeksvoorstel waarvoor subsidie is aangevraagd.
b) Journalistiek onderzoek: een onderzoek, waarvan de onderliggende probleemstelling betrekking moet hebben op journalistieke informatiebronnen, actief binnen de journalistieke bedrijfstak.
c) Journalistieke informatiebron: een organisatie binnen de journalistieke bedrijfstak met als (hoofd)activiteit het maken en leveren van een dienst of product waarbij: i. het product of de dienst gericht is op het Nederlandse publiek; en
ii. minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
iii. de publicatiefrequentie minimaal een keer per twee weken is en daarmee sprake is van een informatiebron waartoe burgers zich met een vaste regelmaat kunnen wenden; en
iv. die staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
i. het product of de dienst gericht is op het Nederlandse publiek; en
ii. minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
iii. de publicatiefrequentie minimaal een keer per twee weken is en daarmee sprake is van een informatiebron waartoe burgers zich met een vaste regelmaat kunnen wenden; en
iv. die staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
d) Journalistieke bedrijfstak: het geheel van private en publieke journalistieke informatiebronnen gevestigd in Nederland, waarvan de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt.
e) Journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij: i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor alle geledingen binnen de samenleving en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor alle geledingen binnen de samenleving en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
f) Onderzoeksinstellingen: onderwijsinstellingen (zowel publiek als privaat), (commerciële) onderzoeksbureaus, organisatieadviesbureaus, collectieven van zelfstandige onderzoekers of NGO’s met een ANBI-status.
g) Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
a) Expert journalistieke informatiebron: Inhoudelijk of ervaringsdeskundige in dienst bij een van de journalistieke informatiebronnen uit het samenwerkingsverband. Deze beschikt over expertise die aansluit bij de probleemstelling uit het onderzoeksvoorstel waarvoor subsidie is aangevraagd.
b) Journalistiek onderzoek: een onderzoek, waarvan de onderliggende probleemstelling betrekking moet hebben op journalistieke informatiebronnen, actief binnen de journalistieke bedrijfstak.
c) Journalistieke informatiebron: een organisatie binnen de journalistieke bedrijfstak met als (hoofd)activiteit het maken en leveren van een dienst of product waarbij: i. het product of de dienst gericht is op het Nederlandse publiek; en
ii. minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
iii. de publicatiefrequentie minimaal een keer per twee weken is en daarmee sprake is van een informatiebron waartoe burgers zich met een vaste regelmaat kunnen wenden; en
iv. die staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
i. het product of de dienst gericht is op het Nederlandse publiek; en
ii. minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
iii. de publicatiefrequentie minimaal een keer per twee weken is en daarmee sprake is van een informatiebron waartoe burgers zich met een vaste regelmaat kunnen wenden; en
iv. die staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
d) Journalistieke bedrijfstak: het geheel van private en publieke journalistieke informatiebronnen gevestigd in Nederland, waarvan de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt.
e) Journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij: i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor alle geledingen binnen de samenleving en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor alle geledingen binnen de samenleving en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
f) Onderzoeksinstellingen: onderwijsinstellingen (zowel publiek als privaat), (commerciële) onderzoeksbureaus, organisatieadviesbureaus, collectieven van zelfstandige onderzoekers of NGO’s met een ANBI-status.
g) Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
- Citeren als
- Art. 1.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049659
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl