BWBR0049599
Geldig vanaf 2024-04-24
Artikel 4
Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang
1. Subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verstrekt indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
a. aan de aanvrager is ook subsidie verstrekt op grond van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg of op grond van de Subsidieregeling praktijkleren;
b. de subsidie, bedoeld in onderdeel a, is verstrekt voor de groepshulp voor wie subsidie op grond van deze regeling wordt gevraagd;
c. de groepshulp voor wie subsidie wordt aangevraagd: 1°. volgt scholing of heeft scholing gevolgd via praktijkleren in het mbo als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg; of
2°. heeft deelgenomen aan een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling praktijkleren;
1°. volgt scholing of heeft scholing gevolgd via praktijkleren in het mbo als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg; of
2°. heeft deelgenomen aan een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling praktijkleren;
d. de scholing via praktijkleren in het mbo of de gerealiseerde praktijkleerplaats, bedoeld in onderdeel c, is gestart tussen 1 augustus 2023 en 31 oktober 2026;
e. de groepshulp is ten minste 12 maanden werkzaam of werkzaam geweest bij een geregistreerd kindercentrum van de aanvrager, op grond van een arbeidsovereenkomst;
f. de arbeidsovereenkomst heeft een geldigheid van ten minste 12 maanden en een startdatum van 1 augustus 2023 of later;
g. voor de groepshulp is niet al eerder subsidie op grond van deze regeling toegekend;
h. de loonkosten van de groepshulp zijn of worden niet deels of geheel gefinancierd uit hoofde van een andere regeling; en
i. de aanvrager ontvangt door de subsidieverstrekking niet meer steun dan geoorloofd is op grond van artikel 3, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831).
2. De scholing via praktijkleren in het mbo of de gerealiseerde praktijkleerplaats, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bestaat uit:
a. een beroepsopleiding op mbo-1 niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een onderdeel daarvan waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan worden verkregen;
b. een beroepsopleiding op mbo-2 niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een onderdeel daarvan waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan worden verkregen; of
c. een van de volgende mbo-3 niveau certificaten: 1°. C0123 Ontwikkeling en spelen stimuleren in de kinderopvang;
2°. C0125 Pedagogisch klimaat in de kinderopvang; of
3°. C0126 Professioneel samenwerken en communiceren in de kinderopvang.
1°. C0123 Ontwikkeling en spelen stimuleren in de kinderopvang;
2°. C0125 Pedagogisch klimaat in de kinderopvang; of
3°. C0126 Professioneel samenwerken en communiceren in de kinderopvang.
a. aan de aanvrager is ook subsidie verstrekt op grond van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg of op grond van de Subsidieregeling praktijkleren;
b. de subsidie, bedoeld in onderdeel a, is verstrekt voor de groepshulp voor wie subsidie op grond van deze regeling wordt gevraagd;
c. de groepshulp voor wie subsidie wordt aangevraagd: 1°. volgt scholing of heeft scholing gevolgd via praktijkleren in het mbo als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg; of
2°. heeft deelgenomen aan een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling praktijkleren;
1°. volgt scholing of heeft scholing gevolgd via praktijkleren in het mbo als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg; of
2°. heeft deelgenomen aan een gerealiseerde praktijkleerplaats voor een mbo-student in het kader van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling praktijkleren;
d. de scholing via praktijkleren in het mbo of de gerealiseerde praktijkleerplaats, bedoeld in onderdeel c, is gestart tussen 1 augustus 2023 en 31 oktober 2026;
e. de groepshulp is ten minste 12 maanden werkzaam of werkzaam geweest bij een geregistreerd kindercentrum van de aanvrager, op grond van een arbeidsovereenkomst;
f. de arbeidsovereenkomst heeft een geldigheid van ten minste 12 maanden en een startdatum van 1 augustus 2023 of later;
g. voor de groepshulp is niet al eerder subsidie op grond van deze regeling toegekend;
h. de loonkosten van de groepshulp zijn of worden niet deels of geheel gefinancierd uit hoofde van een andere regeling; en
i. de aanvrager ontvangt door de subsidieverstrekking niet meer steun dan geoorloofd is op grond van artikel 3, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831).
2. De scholing via praktijkleren in het mbo of de gerealiseerde praktijkleerplaats, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bestaat uit:
a. een beroepsopleiding op mbo-1 niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een onderdeel daarvan waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan worden verkregen;
b. een beroepsopleiding op mbo-2 niveau als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een onderdeel daarvan waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 7.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een verklaring als bedoeld in artikel 7.4.6a van de Wet educatie en beroepsonderwijs kan worden verkregen; of
c. een van de volgende mbo-3 niveau certificaten: 1°. C0123 Ontwikkeling en spelen stimuleren in de kinderopvang;
2°. C0125 Pedagogisch klimaat in de kinderopvang; of
3°. C0126 Professioneel samenwerken en communiceren in de kinderopvang.
1°. C0123 Ontwikkeling en spelen stimuleren in de kinderopvang;
2°. C0125 Pedagogisch klimaat in de kinderopvang; of
3°. C0126 Professioneel samenwerken en communiceren in de kinderopvang.