BWBR0049559
Geldig vanaf 2024-04-12
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2025
1. De bestedingen in verband met activiteiten in het kader van sport kunnen betrekking hebben op de kosten van een gemeente of sportbedrijf voor:
a. de nieuwbouw, de verbouw, het onderhoud, het beheer of de exploitatie van onroerende zaken;
b. de aankoop en het beheer van roerende zaken; en
c. de dienstverlening door derden.
2. Op grond van deze regeling wordt geen uitkering verstrekt:
a. voor kosten in verband met activiteiten in het betreffende kalenderjaar waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties;
b. voor kosten in verband met activiteiten in het kader van bewegingsonderwijs;
c. voor met btw belastte overheadkosten van gemeenten ten aanzien van de activiteiten in het kader van sport; of
d. indien voor de kosten van activiteiten op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds.
a. de nieuwbouw, de verbouw, het onderhoud, het beheer of de exploitatie van onroerende zaken;
b. de aankoop en het beheer van roerende zaken; en
c. de dienstverlening door derden.
2. Op grond van deze regeling wordt geen uitkering verstrekt:
a. voor kosten in verband met activiteiten in het betreffende kalenderjaar waarvoor subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties;
b. voor kosten in verband met activiteiten in het kader van bewegingsonderwijs;
c. voor met btw belastte overheadkosten van gemeenten ten aanzien van de activiteiten in het kader van sport; of
d. indien voor de kosten van activiteiten op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds.