BWBR0049549
Geldig vanaf 2024-05-15
Artikel 2
Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2024
1. De Ministers kunnen op aanvraag een eenmalige specifieke uitkering verstrekken voor de activiteiten, bedoeld in het derde lid.
2. Uitsluitend aanvragen van de hierna volgende gemeenten worden in behandeling genomen:
a. Almelo;
b. Bergen op Zoom;
c. Brunssum;
d. Den Helder;
e. Diemen;
f. Gouda;
g. Haarlem;
h. Hoorn;
i. Kerkrade;
j. Leiden;
k. Middelburg;
l. Nissewaard;
m. Oosterhout;
n. Rijswijk;
o. Roermond;
p. Venray;
q. Vlissingen;
r. Zoetermeer;
s. Zutphen;
t. Zwolle.
3. De specifieke uitkering wordt uitsluitend verstrekt voor de hierna volgende activiteiten:
a. de totstandkoming en uitwerking van een probleemanalyse die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3, eerste lid;
b. de programmaondersteuning of de programmacoördinatie dan wel allebei ten behoeve van de aanpak; en
c. de implementatie van kansrijke en bewezen effectieve interventies.
4. Onder kansrijke en bewezen effectieve interventies, bedoeld in het derde lid, onder c, worden verstaan:
a. interventies die zijn voorzien van een wetenschappelijke onderbouwing die de effectiviteit daarvan met betrekking tot het voorkomen of verminderen van jeugdcriminaliteit aannemelijk maakt; of
b. interventies die als effectief zijn erkend door het Nederlands Jeugdinstituut.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor omzetbelastingen die zijn verschuldigd over kosten voor de activiteiten, bedoeld in het derde lid, voor zover het bedrag daarvan in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
2. Uitsluitend aanvragen van de hierna volgende gemeenten worden in behandeling genomen:
a. Almelo;
b. Bergen op Zoom;
c. Brunssum;
d. Den Helder;
e. Diemen;
f. Gouda;
g. Haarlem;
h. Hoorn;
i. Kerkrade;
j. Leiden;
k. Middelburg;
l. Nissewaard;
m. Oosterhout;
n. Rijswijk;
o. Roermond;
p. Venray;
q. Vlissingen;
r. Zoetermeer;
s. Zutphen;
t. Zwolle.
3. De specifieke uitkering wordt uitsluitend verstrekt voor de hierna volgende activiteiten:
a. de totstandkoming en uitwerking van een probleemanalyse die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 3, eerste lid;
b. de programmaondersteuning of de programmacoördinatie dan wel allebei ten behoeve van de aanpak; en
c. de implementatie van kansrijke en bewezen effectieve interventies.
4. Onder kansrijke en bewezen effectieve interventies, bedoeld in het derde lid, onder c, worden verstaan:
a. interventies die zijn voorzien van een wetenschappelijke onderbouwing die de effectiviteit daarvan met betrekking tot het voorkomen of verminderen van jeugdcriminaliteit aannemelijk maakt; of
b. interventies die als effectief zijn erkend door het Nederlands Jeugdinstituut.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor omzetbelastingen die zijn verschuldigd over kosten voor de activiteiten, bedoeld in het derde lid, voor zover het bedrag daarvan in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.