BWBR0049534
Geldig vanaf 2024-04-06
Artikel 2
Instellingsbesluit Programmaraad Onderwijsregio’s
1. Er is een commissie, genaamd de Programmaraad Onderwijsregio’s.
2. De commissie ziet erop toe dat de afspraken die gemaakt zijn in het BO-Leraren effectief worden uitgevoerd. De commissie geeft daarbij gevraagd en ongevraagd advies op de inhoud van de opdracht, de uitvoeringsstrategie en het realiseren van de beoogde resultaten. Daarbij houdt de commissie het lange termijnperspectief voor ogen: een goed werkende (regionale) onderwijsarbeidsmarkt.
3. De commissie heeft tot taak te:
a) signaleren: nader onderzoeken en agenderen van knelpunten, dilemma’s en kansen die spelen binnen het veld rondom de vorming en werking van onderwijsregio’s;
b) reflecteren op de voortgang en effectiviteit van de uitvoering: toezichthouden en het bewaken op uitvoering van regiovorming (afspraken binnen de regio’s) en programmatische uitvoering van de Realisatie Eenheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c) klankborden: kennisdelen tussen verschillende betrokken actoren, ondersteunen en sparren op vraagstukken vanuit de praktijk.
4. De commissie gaat uit van de thema’s die het BO-Leraren benoemd en markeert als opdracht. De opdracht wordt via de Realisatie Eenheid aangedragen bij de commissie;
5. De commissie kan op basis van de signalerende functie ook zelf onderwerpen agenderen voor het BO-Leraren, door tussenkomst van de Realisatie Eenheid.
6. De voorzitter en de secretaris van de commissie zorgen in afstemming met de directeur van de Realisatie Eenheid voor een plan, waarin in ieder geval de hierboven genoemde elementen zijn opgenomen.
7. De commissie adviseert de minister na afloop van elke bijeenkomst als bedoeld in artikel 4over de voortgang die besproken moet worden in het BO-leraren.
8. De leden van de commissie zijn te consulteren door de minister in verband met de verplichtingen en afspraken die voortvloeien uit de in dit artikel genoemde taken van de commissie.
2. De commissie ziet erop toe dat de afspraken die gemaakt zijn in het BO-Leraren effectief worden uitgevoerd. De commissie geeft daarbij gevraagd en ongevraagd advies op de inhoud van de opdracht, de uitvoeringsstrategie en het realiseren van de beoogde resultaten. Daarbij houdt de commissie het lange termijnperspectief voor ogen: een goed werkende (regionale) onderwijsarbeidsmarkt.
3. De commissie heeft tot taak te:
a) signaleren: nader onderzoeken en agenderen van knelpunten, dilemma’s en kansen die spelen binnen het veld rondom de vorming en werking van onderwijsregio’s;
b) reflecteren op de voortgang en effectiviteit van de uitvoering: toezichthouden en het bewaken op uitvoering van regiovorming (afspraken binnen de regio’s) en programmatische uitvoering van de Realisatie Eenheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c) klankborden: kennisdelen tussen verschillende betrokken actoren, ondersteunen en sparren op vraagstukken vanuit de praktijk.
4. De commissie gaat uit van de thema’s die het BO-Leraren benoemd en markeert als opdracht. De opdracht wordt via de Realisatie Eenheid aangedragen bij de commissie;
5. De commissie kan op basis van de signalerende functie ook zelf onderwerpen agenderen voor het BO-Leraren, door tussenkomst van de Realisatie Eenheid.
6. De voorzitter en de secretaris van de commissie zorgen in afstemming met de directeur van de Realisatie Eenheid voor een plan, waarin in ieder geval de hierboven genoemde elementen zijn opgenomen.
7. De commissie adviseert de minister na afloop van elke bijeenkomst als bedoeld in artikel 4over de voortgang die besproken moet worden in het BO-leraren.
8. De leden van de commissie zijn te consulteren door de minister in verband met de verplichtingen en afspraken die voortvloeien uit de in dit artikel genoemde taken van de commissie.