BWBR0049525
Geldig vanaf 2024-06-06
Artikel 5
Subsidieregeling topsportevenementen 2024–2028
1. Het subsidieplafond bestaat uit het bedrag van de subsidies gezamenlijk dat ten laste van enig kalenderjaar wordt of zal worden uitbetaald op basis van een verlening of vaststelling van een subsidie en wordt in aanmerking genomen voor alle jaren waarop de uitbetaling van een te verstrekken subsidie betrekking heeft.
2. Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 4,7 miljoen.
3. Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor de kalenderjaren 2025 en 2026: jaarlijks € 10,5 miljoen;
b. voor het kalenderjaar 2027: € 11 miljoen; en
c. voor het kalenderjaar 2028: € 10,3 miljoen.
4. De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.
2. Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 4,7 miljoen.
3. Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor de kalenderjaren 2025 en 2026: jaarlijks € 10,5 miljoen;
b. voor het kalenderjaar 2027: € 11 miljoen; en
c. voor het kalenderjaar 2028: € 10,3 miljoen.
4. De Minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.