1. Het Instituut biedt de aanvrager ter uitvoering van de taken, bedoeld in
artikel 2, derde lid, van de weten
artikel 1a.1, eerste lid, van de Regeling Tijdelijke wet Groningen, de mogelijkheid aan om zijn schade af te handelen door de te treffen maatregelen in natura uit te voeren of de door de aanvrager gemaakte redelijke kosten voor daadwerkelijk herstel van de schade te vergoeden, tot een maximum van € 60.000.
2. Indien de aanvrager kiest voor deze mogelijkheid verricht het Instituut geen onderzoek naar het causaal verband tussen de door de aanvrager gemelde fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs mijnbouwschade kan zijn als bedoeld in
artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboeken beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of de gasopslag bij de Norg of de gasopslag bij Grijpskerk.
3. Bij de toepassing van dit artikel zijn de voorwaarden, genoemd in
artikel 2.8, tweede lid, onderdelen a, d en f, van de werkwijze, van toepassing.
4. Het Instituut stelt een werkwijze vast voor de uitvoering van dit artikel. Het Instituut stelt daarbij een ruime termijn vast waarbinnen de aanvrager na toekenning van het recht op daadwerkelijk herstel, de schade kan laten herstellen en vergoeding van daarmee gemoeide kosten van het Instituut kan vragen.