BWBR0049487
Geldig vanaf 2024-04-01
Artikel 3
Regeling Erfgoedwet archeologie
1. Een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van het Besluit Erfgoedwet archeologiewordt ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier.
2. Het aanvraagformulier wordt vastgesteld door de minister en gepubliceerd op www.cultureelerfgoed.nl.
3. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. een projectplan;
b. de gedragscode van de vereniging, die een goede omgang met archeologische monumenten en archeologische vondsten voldoende waarborgt;
c. de interne sancties die zijn verbonden aan het schenden van de gedragscode.
4. Voor het projectplan wordt het model gebruikt dat is gepubliceerd op www.cultureelerfgoed.nl.
5. Het projectplan geeft in ieder geval weer:
a. de aard en duur, en indien van toepassing de financiering, van de activiteiten, en de gebruikte hulpmiddelen;
b. wanneer de activiteiten worden verricht;
c. het gebied waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;
d. welk lid van de vereniging de projectcoördinator is en, indien van toepassing, welk lid als plaatsvervanger optreedt;
e. welke leden van de vereniging de verstorende handelingen verrichten;
f. het opleidingsniveau van degenen genoemd in de onderdelen d en e, dat tenminste een equivalent is van de Basiscursus Maritieme Archeologie; en
g. indien van toepassing, met welke partijen wordt samengewerkt.
2. Het aanvraagformulier wordt vastgesteld door de minister en gepubliceerd op www.cultureelerfgoed.nl.
3. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. een projectplan;
b. de gedragscode van de vereniging, die een goede omgang met archeologische monumenten en archeologische vondsten voldoende waarborgt;
c. de interne sancties die zijn verbonden aan het schenden van de gedragscode.
4. Voor het projectplan wordt het model gebruikt dat is gepubliceerd op www.cultureelerfgoed.nl.
5. Het projectplan geeft in ieder geval weer:
a. de aard en duur, en indien van toepassing de financiering, van de activiteiten, en de gebruikte hulpmiddelen;
b. wanneer de activiteiten worden verricht;
c. het gebied waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd;
d. welk lid van de vereniging de projectcoördinator is en, indien van toepassing, welk lid als plaatsvervanger optreedt;
e. welke leden van de vereniging de verstorende handelingen verrichten;
f. het opleidingsniveau van degenen genoemd in de onderdelen d en e, dat tenminste een equivalent is van de Basiscursus Maritieme Archeologie; en
g. indien van toepassing, met welke partijen wordt samengewerkt.