Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: de Remigratiewet;
b. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. remigratie-uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 4, eerste of derde lid, van de wet;
d. remigratievoorzieningen: de voorzieningen, bedoeld in artikel 4 van de wet;
e. wezenuitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet;
f. remigrant: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i, van de wet, die aanspraak heeft op remigratievoorzieningen;
g. partner: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, dan wel artikel 1, tweede lid, van de wet;
h. gewezen partner: degene die op basis van artikel 5, eerste of tweede lid, van de wet, aanspraak heeft op remigratievoorzieningen;
i. kind: het kind, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, dan wel artikel 1, derde lid, van de wet;
j. wees: het kind dat op basis van artikel 5, derde lid, van de wet, aanspraak heeft op een wezenuitkering.
a. wet: de Remigratiewet;
b. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. remigratie-uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 4, eerste of derde lid, van de wet;
d. remigratievoorzieningen: de voorzieningen, bedoeld in artikel 4 van de wet;
e. wezenuitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet;
f. remigrant: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i, van de wet, die aanspraak heeft op remigratievoorzieningen;
g. partner: de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, dan wel artikel 1, tweede lid, van de wet;
h. gewezen partner: degene die op basis van artikel 5, eerste of tweede lid, van de wet, aanspraak heeft op remigratievoorzieningen;
i. kind: het kind, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, dan wel artikel 1, derde lid, van de wet;
j. wees: het kind dat op basis van artikel 5, derde lid, van de wet, aanspraak heeft op een wezenuitkering.