BWBR0049438
Geldig vanaf 2024-02-27
Artikel 3
Beleidsregel beoordeling van niet in de EER behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs
De minister kan op verzoek een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school aan degene die in bezit is van een of meer buiten de EER behaalde bewijstukken indien:
• Het een verzoek betreft voor de bevoegdheid van een algemeen gebruikelijk vak; en,
• Het buiten de EER behaalde bewijsstuk: – van een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs is;
– strekt tot het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs in het land waar het bewijsstuk is verkregen;
– kan minstens gelijkwaardig worden geacht aan een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– voor een vak is behaald dat in voldoende mate inhoudelijk aansluit op het vak waarvoor de bevoegdheid in Nederland wordt aangevraagd en in voldoende mate bestudeerd is.
– van een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs is;
– strekt tot het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs in het land waar het bewijsstuk is verkregen;
– kan minstens gelijkwaardig worden geacht aan een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– voor een vak is behaald dat in voldoende mate inhoudelijk aansluit op het vak waarvoor de bevoegdheid in Nederland wordt aangevraagd en in voldoende mate bestudeerd is.
• Het een verzoek betreft voor de bevoegdheid van een algemeen gebruikelijk vak; en,
• Het buiten de EER behaalde bewijsstuk: – van een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs is;
– strekt tot het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs in het land waar het bewijsstuk is verkregen;
– kan minstens gelijkwaardig worden geacht aan een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– voor een vak is behaald dat in voldoende mate inhoudelijk aansluit op het vak waarvoor de bevoegdheid in Nederland wordt aangevraagd en in voldoende mate bestudeerd is.
– van een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs is;
– strekt tot het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs in het land waar het bewijsstuk is verkregen;
– kan minstens gelijkwaardig worden geacht aan een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– voor een vak is behaald dat in voldoende mate inhoudelijk aansluit op het vak waarvoor de bevoegdheid in Nederland wordt aangevraagd en in voldoende mate bestudeerd is.