BWBR0049399
Geldig vanaf 2024-04-01
Artikel 10
Subsidieregeling Koninkrijksbeurzenprogramma
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste, tweede en derde lid, door middel van loting in ten hoogste drie rondes.
2. In de eerste ronde wordt een subsidiebedrag verdeeld met gebruik van lotingsklassen op basis van de geografische ligging en het onderwijstype van de zendende instelling, zoals opgenomen in bijlage 2.
3. In de tweede ronde wordt het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen studenten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, en artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, die een subsidieaanvraag hebben ingediend voor studie-uitwisseling of stage met bestemming één van de Caribische delen van het Koninkrijk en in de eerste ronde zijn uitgeloot.
4. In afwijking van het derde lid wordt in de tweede ronde het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen studenten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, en artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, die een subsidieaanvraag hebben ingediend voor studie-uitwisseling of stage in de aanvraagperioden bedoeld in artikel 8, vijfde en zesde lid, en in de eerste ronde zijn uitgeloot.
5. Indien het beschikbare subsidiebudget in ronde twee niet is uitgeput, wordt in de derde ronde het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen de studenten die in de eerste en tweede ronde zijn uitgeloot.
6. Indien er sprake is van onderuitputting van het beschikbare subsidiebudget in het eerste semester van het studiejaar, dan kan de minister besluiten het overgebleven subsidiebedrag door te schuiven naar het tweede semester.
2. In de eerste ronde wordt een subsidiebedrag verdeeld met gebruik van lotingsklassen op basis van de geografische ligging en het onderwijstype van de zendende instelling, zoals opgenomen in bijlage 2.
3. In de tweede ronde wordt het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen studenten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, en artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, die een subsidieaanvraag hebben ingediend voor studie-uitwisseling of stage met bestemming één van de Caribische delen van het Koninkrijk en in de eerste ronde zijn uitgeloot.
4. In afwijking van het derde lid wordt in de tweede ronde het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen studenten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, en artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, die een subsidieaanvraag hebben ingediend voor studie-uitwisseling of stage in de aanvraagperioden bedoeld in artikel 8, vijfde en zesde lid, en in de eerste ronde zijn uitgeloot.
5. Indien het beschikbare subsidiebudget in ronde twee niet is uitgeput, wordt in de derde ronde het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen de studenten die in de eerste en tweede ronde zijn uitgeloot.
6. Indien er sprake is van onderuitputting van het beschikbare subsidiebudget in het eerste semester van het studiejaar, dan kan de minister besluiten het overgebleven subsidiebedrag door te schuiven naar het tweede semester.