BWBR0049396
Geldig vanaf 2024-02-24
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering verbetering digitale dienstverlening
1. Een hoofdaanvrager kan een aanvraag voor een specifieke uitkering indienen bij de minister.
2. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:
a. de namen van de overheidsorganisaties namens wie de aanvraag mede is ingediend;
b. een plan van aanpak; en
c. een begroting van de te ondernemen activiteit.
3. Het plan van aanpak omvat:
a. een beschrijving van de te ondernemen activiteit;
b. een beschrijving van de betrokkenheid van elk van de gemeenten of provincies bij de activiteit;
c. de doelstelling van de activiteit;
d. de te verwachten resultaten van de activiteit; en
e. de verwachte begin- en einddatum van de activiteit.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
5. De aanvraag wordt jaarlijks ingediend vóór 1 april.
2. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:
a. de namen van de overheidsorganisaties namens wie de aanvraag mede is ingediend;
b. een plan van aanpak; en
c. een begroting van de te ondernemen activiteit.
3. Het plan van aanpak omvat:
a. een beschrijving van de te ondernemen activiteit;
b. een beschrijving van de betrokkenheid van elk van de gemeenten of provincies bij de activiteit;
c. de doelstelling van de activiteit;
d. de te verwachten resultaten van de activiteit; en
e. de verwachte begin- en einddatum van de activiteit.
4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.
5. De aanvraag wordt jaarlijks ingediend vóór 1 april.