BWBR0049378
Geldig vanaf 2024-06-17
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024–2026
1. De Minister kan aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon of aan meerdere rechtspersonen die samenwerken in een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor de aanschaf en installatie van een walstroomvoorziening voor zeeschepen:
a. op een terminal die: 1°. in de drie kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag gemiddeld werd aangedaan door: – meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
2°. in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag door ten minste 50 zeeschepen is aangedaan en die blijkens een verklaring van de havenbeheerder in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van walstroomvoorzieningen voor ten minste 90% van de containerzeeschepen, ro-ro-passagiersvaartuigen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen of andersoortige passagiersschepen van meer dan 5.000 brutoton die de betreffende zeehaven aandoen; of
1°. in de drie kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag gemiddeld werd aangedaan door: – meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
2°. in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag door ten minste 50 zeeschepen is aangedaan en die blijkens een verklaring van de havenbeheerder in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van walstroomvoorzieningen voor ten minste 90% van de containerzeeschepen, ro-ro-passagiersvaartuigen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen of andersoortige passagiersschepen van meer dan 5.000 brutoton die de betreffende zeehaven aandoen; of
b. op een kade in een zeehaven mits deze kade of de betreffende terminal, die niet wordt aangemerkt als een terminal bedoeld in onderdeel a, in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag door ten minste 50 zeeschepen is aangedaan.
2. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, subonderdeel 2 o, wordt uitsluitend verstrekt indien de betreffende terminal is gelegen in een zeehaven die, voor het betreffende scheepssegment, in de drie kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag gemiddeld werd aangedaan door:
– meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor een walstroomvoorziening met hoogspanning die, inclusief het ontwerp, de installatie en het testen van de systemen, niet voldoet aan de technische specificaties van norm IEC/ISO/IEEE 80005-1:2019 voor walstroomvoorzieningen.
4. Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek;
b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of
c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.
a. op een terminal die: 1°. in de drie kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag gemiddeld werd aangedaan door: – meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
2°. in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag door ten minste 50 zeeschepen is aangedaan en die blijkens een verklaring van de havenbeheerder in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van walstroomvoorzieningen voor ten minste 90% van de containerzeeschepen, ro-ro-passagiersvaartuigen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen of andersoortige passagiersschepen van meer dan 5.000 brutoton die de betreffende zeehaven aandoen; of
1°. in de drie kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag gemiddeld werd aangedaan door: – meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton;
2°. in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag door ten minste 50 zeeschepen is aangedaan en die blijkens een verklaring van de havenbeheerder in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van walstroomvoorzieningen voor ten minste 90% van de containerzeeschepen, ro-ro-passagiersvaartuigen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen of andersoortige passagiersschepen van meer dan 5.000 brutoton die de betreffende zeehaven aandoen; of
b. op een kade in een zeehaven mits deze kade of de betreffende terminal, die niet wordt aangemerkt als een terminal bedoeld in onderdeel a, in het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag door ten minste 50 zeeschepen is aangedaan.
2. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, subonderdeel 2 o, wordt uitsluitend verstrekt indien de betreffende terminal is gelegen in een zeehaven die, voor het betreffende scheepssegment, in de drie kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag gemiddeld werd aangedaan door:
– meer dan 100 containerzeeschepen van meer dan 5.000 brutoton;
– meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton; of
– meer dan 25 passagiersschepen van andere types dan ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen van meer dan 5.000 brutoton.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor een walstroomvoorziening met hoogspanning die, inclusief het ontwerp, de installatie en het testen van de systemen, niet voldoet aan de technische specificaties van norm IEC/ISO/IEEE 80005-1:2019 voor walstroomvoorzieningen.
4. Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek;
b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of
c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.