BWBR0049372
Geldig vanaf 2024-02-15
Artikel 35
Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 3,5 GHz-band 2024
1. De laatste biedronde is de biedronde waarin het aantal vergunningen dat in totaal is geboden, gelijk is aan of kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.
2. Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.
3. Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:
a. alle biedingen die zijn gedaan in de laatste biedronde, gevolgd door:
b. de exitbiedingen die deel uitmaken van de combinatie van exitbiedingen waarmee het kleinste aantal vergunningen onverdeeld blijft.
4. Bij de vaststelling van de combinatie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, neemt de minister slechts in ogenschouw exitbiedingen van deelnemers aan wie reeds het aantal vergunningen wordt toegewezen dat zij hebben geboden in de biedronde waarin zij het betreffende exitbod hebben uitgebracht.
5. Indien op grond van het derde en vierde lid verschillende combinaties van exitbiedingen kunnen worden vastgesteld, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die de hoogste waarde heeft.
6. Indien op grond van het vijfde lid verschillende combinaties dezelfde hoogste waarde hebben, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die door loting is bepaald.
2. Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden gelijk is aan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister alle in de laatste biedronde gedane biedingen aan als winnende biedingen.
3. Indien het aantal vergunningen dat in totaal is geboden kleiner is dan het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, merkt de minister de volgende biedingen aan als winnende biedingen:
a. alle biedingen die zijn gedaan in de laatste biedronde, gevolgd door:
b. de exitbiedingen die deel uitmaken van de combinatie van exitbiedingen waarmee het kleinste aantal vergunningen onverdeeld blijft.
4. Bij de vaststelling van de combinatie, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, neemt de minister slechts in ogenschouw exitbiedingen van deelnemers aan wie reeds het aantal vergunningen wordt toegewezen dat zij hebben geboden in de biedronde waarin zij het betreffende exitbod hebben uitgebracht.
5. Indien op grond van het derde en vierde lid verschillende combinaties van exitbiedingen kunnen worden vastgesteld, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die de hoogste waarde heeft.
6. Indien op grond van het vijfde lid verschillende combinaties dezelfde hoogste waarde hebben, worden de exitbiedingen aangemerkt als winnende biedingen van de combinatie die door loting is bepaald.