BWBR0049337
Geldig vanaf 2024-02-09
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie Evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand II
1. Er is een Commissie Evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand II.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het op onafhankelijke wijze adviseren over het actualiseren van het aantal toegekende punten in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. De bestaande systematiek van forfaitaire vergoedingen in het stelsel is daarbij een randvoorwaarde;
b. Op basis van de onder a. verkregen gegevens een voorstel te doen met betrekking tot het aantal punten per zaaksoort voor alle rechtsgebieden;
c. In beeld te brengen of met een bruto omzet die behaald kan worden met 1.200 gedeclareerde punten met het in 2024 geldende punttarief in het stelsel een netto jaarinkomen verdiend kan worden vergelijkbaar met het netto jaarinkomen van een rijksambtenaar op het niveau van de hoogste trede (10) van schaal 12 voor rijksambtenaren en, indien van toepassing, een voorstel te doen hoe dit niveau bereikt kan worden. De commissie betrekt hierbij het onderzoeksrapport van het Kenniscentrum van het stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand op dit onderwerp;
d. Het uitbrengen van een eindverslag.
3. In aanvulling op de taakomschrijving zoals bedoeld in het tweede lid, is het referentiekader van de commissie:
a. De taak ziet niet op de systematiek van de jaarlijkse indexering van de vergoedingen per punt aan rechtsbijstandsverleners. Evenmin ziet de opdracht op vergoedingen aan eerstelijnsrechtsbijstandsverleners;
b. De voorstellen voor het puntenaantallen per zaaksoort moeten gebaseerd zijn op actuele metingen van de tijdsbesteding, gerelateerd aan de verrichte werkzaamheden waarbij het uitgangspunt een doelmatige praktijkvoering door mediators en advocaten(kantoren) is;
c. De voorstellen moeten voor zowel de Raad voor rechtsbijstand als de advocatuur eenvoudig toepasbaar en uitvoerbaar zijn;
d. De commissie valideert de gegevens over de gemiddelde tijdsbesteding met (technologische, juridische, maatschappelijke) ontwikkelingen die de tijdsbesteding kunnen beïnvloeden;
e. Voor artikel 2, tweede lid, onder c. houdt de commissie rekening met voor mediators en advocaten gebruikelijke bedrijfskosten, pensioenkosten, kosten voor arbeidsongeschiktheid, belastingen en dergelijke.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie heeft tot taak:
a. Het op onafhankelijke wijze adviseren over het actualiseren van het aantal toegekende punten in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. De bestaande systematiek van forfaitaire vergoedingen in het stelsel is daarbij een randvoorwaarde;
b. Op basis van de onder a. verkregen gegevens een voorstel te doen met betrekking tot het aantal punten per zaaksoort voor alle rechtsgebieden;
c. In beeld te brengen of met een bruto omzet die behaald kan worden met 1.200 gedeclareerde punten met het in 2024 geldende punttarief in het stelsel een netto jaarinkomen verdiend kan worden vergelijkbaar met het netto jaarinkomen van een rijksambtenaar op het niveau van de hoogste trede (10) van schaal 12 voor rijksambtenaren en, indien van toepassing, een voorstel te doen hoe dit niveau bereikt kan worden. De commissie betrekt hierbij het onderzoeksrapport van het Kenniscentrum van het stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand op dit onderwerp;
d. Het uitbrengen van een eindverslag.
3. In aanvulling op de taakomschrijving zoals bedoeld in het tweede lid, is het referentiekader van de commissie:
a. De taak ziet niet op de systematiek van de jaarlijkse indexering van de vergoedingen per punt aan rechtsbijstandsverleners. Evenmin ziet de opdracht op vergoedingen aan eerstelijnsrechtsbijstandsverleners;
b. De voorstellen voor het puntenaantallen per zaaksoort moeten gebaseerd zijn op actuele metingen van de tijdsbesteding, gerelateerd aan de verrichte werkzaamheden waarbij het uitgangspunt een doelmatige praktijkvoering door mediators en advocaten(kantoren) is;
c. De voorstellen moeten voor zowel de Raad voor rechtsbijstand als de advocatuur eenvoudig toepasbaar en uitvoerbaar zijn;
d. De commissie valideert de gegevens over de gemiddelde tijdsbesteding met (technologische, juridische, maatschappelijke) ontwikkelingen die de tijdsbesteding kunnen beïnvloeden;
e. Voor artikel 2, tweede lid, onder c. houdt de commissie rekening met voor mediators en advocaten gebruikelijke bedrijfskosten, pensioenkosten, kosten voor arbeidsongeschiktheid, belastingen en dergelijke.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.