BWBR0049330
Geldig vanaf 2024-02-07
Artikel 12
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Rijksschoonmaakorganisatie 2023 (OMV RSO 2023)
1. Aan de afdelingshoofden, clustermanagers en dienstverleningsmanagers wordt volmacht en machtiging verleend met betrekking tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal, dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal.
2. Voor de clustermanagers en dienstverleningsmanagers ziet het in het eerste lid gestelde op:
a. het geven van een waarschuwing;
b. het doorvoeren van wijzigingen in de arbeidsovereenkomst betreffende arbeidsduur, taken, het (tijdelijk) opdragen van andere werkzaamheden en wijziging van de werklocatie van de medewerker;
c. het geven van een waarschuwing of het stopzetten dan wel opschorten van betaling van het maandinkomen wegens niet-meewerken aan re-integratie bij ziekteverzuim;
d. het toekennen of wijzigen van toelagen en het niet-toekennen van periodieken;
e. het toekennen en wijzigen van verlof.
3. In aanvulling op het eerste lid, wordt aan de afdelingshoofden volmacht en machtiging verleend tot:
a. het aangaan of wijzigen van al dan niet tijdelijke arbeidsovereenkomsten en detacheringsovereenkomsten van onder hen ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve
b. arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal, dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal;
c. het beëindigen van arbeidsovereenkomsten wanneer dit binnen de proeftijd geschiedt, wanneer de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt, of wanneer deze eindigt op verzoek van de medewerker;
d. het toekennen van extra periodieken en gratificaties (boter-bij-de-vis).
4. In aanvulling op het eerste en tweede lid, wordt uitsluitend aan de directeur volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van de volgende handelingen:
a. het verlenen van ontslag op staande voet en het sluiten van beëindigingsovereenkomsten;
b. het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel conform de CAO Rijk;
c. het toekennen van bewuste beloningen;
d. het voeren van gerechtelijke procedures en indiening van ontslagaanvragen bij het UWV.
5. Alle overige personele beslissingen voor zover deze niet staan beschreven in het eerste tot en met het vierde lid, zijn uitsluitend voorbehouden aan de directeur RSO.
2. Voor de clustermanagers en dienstverleningsmanagers ziet het in het eerste lid gestelde op:
a. het geven van een waarschuwing;
b. het doorvoeren van wijzigingen in de arbeidsovereenkomst betreffende arbeidsduur, taken, het (tijdelijk) opdragen van andere werkzaamheden en wijziging van de werklocatie van de medewerker;
c. het geven van een waarschuwing of het stopzetten dan wel opschorten van betaling van het maandinkomen wegens niet-meewerken aan re-integratie bij ziekteverzuim;
d. het toekennen of wijzigen van toelagen en het niet-toekennen van periodieken;
e. het toekennen en wijzigen van verlof.
3. In aanvulling op het eerste lid, wordt aan de afdelingshoofden volmacht en machtiging verleend tot:
a. het aangaan of wijzigen van al dan niet tijdelijke arbeidsovereenkomsten en detacheringsovereenkomsten van onder hen ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve
b. arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal, dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal;
c. het beëindigen van arbeidsovereenkomsten wanneer dit binnen de proeftijd geschiedt, wanneer de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt, of wanneer deze eindigt op verzoek van de medewerker;
d. het toekennen van extra periodieken en gratificaties (boter-bij-de-vis).
4. In aanvulling op het eerste en tweede lid, wordt uitsluitend aan de directeur volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van de volgende handelingen:
a. het verlenen van ontslag op staande voet en het sluiten van beëindigingsovereenkomsten;
b. het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel conform de CAO Rijk;
c. het toekennen van bewuste beloningen;
d. het voeren van gerechtelijke procedures en indiening van ontslagaanvragen bij het UWV.
5. Alle overige personele beslissingen voor zover deze niet staan beschreven in het eerste tot en met het vierde lid, zijn uitsluitend voorbehouden aan de directeur RSO.