BWBR0049327
Geldig vanaf 2024-02-06
Artikel 1
Instellingsbesluit Commissie onderzoek niet-humane primaten
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. Ministerie van OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
c. commissie: commissie die onderzoek gaat doen naar de mogelijkheden voor verlaging van het aantal proeven met niet-humane primaten, bedoeld in artikel 2;
d. dierproef: elk al dan niet invasief gebruik van een dier voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden, waarvan het resultaat bekend of onbekend is, of onderwijskundige doeleinden, die bij het dier evenveel of meer pijn, lijden, angst of blijvende schade kan veroorzaken als, dan wel dan het inbrengen van een naald volgens goed diergeneeskundig vakmanschap. Dit omvat ieder gebruik waarvan het doel of het mogelijke gevolg de geboorte of het uit het ei breken van een dier is, dan wel het in een dergelijke toestand brengen en houden van een genetisch gemodificeerde dierenlijn, met inbegrip van het doden van dieren ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen voor een doel genoemd in artikel 1c van de Wet op de dierproeven.
a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. Ministerie van OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
c. commissie: commissie die onderzoek gaat doen naar de mogelijkheden voor verlaging van het aantal proeven met niet-humane primaten, bedoeld in artikel 2;
d. dierproef: elk al dan niet invasief gebruik van een dier voor experimentele of andere wetenschappelijke doeleinden, waarvan het resultaat bekend of onbekend is, of onderwijskundige doeleinden, die bij het dier evenveel of meer pijn, lijden, angst of blijvende schade kan veroorzaken als, dan wel dan het inbrengen van een naald volgens goed diergeneeskundig vakmanschap. Dit omvat ieder gebruik waarvan het doel of het mogelijke gevolg de geboorte of het uit het ei breken van een dier is, dan wel het in een dergelijke toestand brengen en houden van een genetisch gemodificeerde dierenlijn, met inbegrip van het doden van dieren ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen voor een doel genoemd in artikel 1c van de Wet op de dierproeven.