1. Aan de Kwartiermaker wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor alle aangelegenheden die vallen binnen zijn verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 2en de volgende daarbij behorende taken:
a. Een nadere uitwerking van de taken en bevoegdheden van de Belangenbehartiger;
b. Uitwerken van de voor- en nadelen van de verschillende opties voor positionering van de Belangenbehartiger en adviseren over de te kiezen optie, zoals beschreven in de taakopdracht;
c. Het vormgeven van de organisatiestructuur en inbedding van de Belangenbehartiger;
d. Het opstellen van een organisatie- en formatierapport;
e. De voorbereiding van de benoeming van de Belangenbehartiger;
f. De financiële onderbouwing van de (organisatie van de) Belangenbehartiger, inclusief het voorbereiden van een voorstel voor de voorjaarsbesluitvorming;
g. Het opstellen van de profielen en het werven en selecteren van de benodigde medewerkers om de Belangenbehartiger van start te laten gaan;
h. Het periodiek afstemmen over de voortgang en de bevindingen met een begeleidingscommissie waarin het Ministerie van Financiën (onder andere de directoraten-generaal Belastingdienst en Toeslagen) en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd zijn;
i. Het meenemen van de Tweede Kamer in het proces van de vormgeving van het voorstel voor de inrichting van de Belangenbehartigerdoor middel van een halfjaarlijkse rapportage. Het uiteindelijke profiel van de Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden maakt hier onderdeel van uit.
2. De Kwartiermaker is bevoegd verplichtingen – met financiële consequenties – aan te gaan en uitgaven goed te keuren, voor zover deze passen binnen zijn budget en zijn taken.
3. Ten aanzien van het nemen van personeelsbeslissingen is de Kwartiermaker bevoegd overeenkomstig hetgeen daarover is bepaald voor directeuren in
artikel 16, eerste en vierde lid, van het Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020.