BWBR0049320
Geldig vanaf 2024-02-01
Artikel 5
Regeling specifieke uitkeringen Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen
1. De uitkeringen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet, worden verstrekt:
a. indien de opvangplaatsen beschikbaar zijn gesteld aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers of, indien het college verantwoordelijk is voor de exploitatie van de opvangvoorziening, aan het college;
b. indien de opvangplaatsen in het verdeelbesluit zijn opgenomen;
c. indien de duurzame opvangplaatsen minimaal vijf jaar beschikbaar zijn;
d. voor de duurzame opvangplaatsen, waarmee het met toepassing van artikel 3 van de wet bepaalde indicatieve deel van het aantal opvangplaatsen per gemeente wordt overschreden.
2. De uitkering, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet, wordt verstrekt indien wordt voldaan aan de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde voorwaarden.
a. indien de opvangplaatsen beschikbaar zijn gesteld aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers of, indien het college verantwoordelijk is voor de exploitatie van de opvangvoorziening, aan het college;
b. indien de opvangplaatsen in het verdeelbesluit zijn opgenomen;
c. indien de duurzame opvangplaatsen minimaal vijf jaar beschikbaar zijn;
d. voor de duurzame opvangplaatsen, waarmee het met toepassing van artikel 3 van de wet bepaalde indicatieve deel van het aantal opvangplaatsen per gemeente wordt overschreden.
2. De uitkering, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet, wordt verstrekt indien wordt voldaan aan de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde voorwaarden.