BWBR0049289
Geldig vanaf 2024-02-01
Artikel 7
Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma verduurzaming kleine en micro mkb-ondernemingen en bedrijventerreinen
1. De ontvanger van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, is verplicht om:
a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt geheel uit te voeren tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2027; en
b. de kosten voor levering van goederen of diensten door derden voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt marktconform te bepalen.
2. Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
3. De ontvanger van de specifieke uitkering mag deze alleen besteden ten behoeve van een kleine en micro mkb-onderneming die eigenaar is van het bedrijfsmatig vastgoed waarin zij is gevestigd of waarbij de eigenaar van het bedrijfsmatig vastgoed ingestemd heeft met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d.
4. Indien de kleine en micro mkb-onderneming aan de energiebesparingsplicht ter verduurzaming van het energiegebruik voor gebouwgebonden maatregelen, bedoeld in 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgevingmoet voldoen, dient zij eerst de hieraan verbonden informatieplicht, bedoeld in artikel 3.84a van dat Besluitte hebben uitgevoerd of indien sprake is van een energiebesparingsplicht voor procesgebonden maatregelen, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dient zij eerst de hieraan verbonden informatie- en onderzoeksplicht, bedoeld in artikel 5.15a van dat Besluit, te hebben uitgevoerd, voordat kan worden begonnen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze regeling.
5. Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
6. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
7. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.
a. de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt geheel uit te voeren tussen 1 mei 2024 en 1 mei 2027; en
b. de kosten voor levering van goederen of diensten door derden voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt marktconform te bepalen.
2. Indien de afronding van de activiteiten niet voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, buiten de schuld van de ontvanger van de specifieke uitkering mogelijk is, kan de Minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
3. De ontvanger van de specifieke uitkering mag deze alleen besteden ten behoeve van een kleine en micro mkb-onderneming die eigenaar is van het bedrijfsmatig vastgoed waarin zij is gevestigd of waarbij de eigenaar van het bedrijfsmatig vastgoed ingestemd heeft met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d.
4. Indien de kleine en micro mkb-onderneming aan de energiebesparingsplicht ter verduurzaming van het energiegebruik voor gebouwgebonden maatregelen, bedoeld in 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgevingmoet voldoen, dient zij eerst de hieraan verbonden informatieplicht, bedoeld in artikel 3.84a van dat Besluitte hebben uitgevoerd of indien sprake is van een energiebesparingsplicht voor procesgebonden maatregelen, bedoeld in artikel 5.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving, dient zij eerst de hieraan verbonden informatie- en onderzoeksplicht, bedoeld in artikel 5.15a van dat Besluit, te hebben uitgevoerd, voordat kan worden begonnen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van deze regeling.
5. Op verzoek van de Minister informeert de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt.
6. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van de halfjaarlijkse monitoring van de provinciale ontzorgingsprogramma’s door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
7. Op verzoek van de Minister verschaft de ontvanger van de specifieke uitkering aan hem informatie ten behoeve van door de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht informatie te verkrijgen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van de provinciale ontzorgingsprogramma’s in relatie tot het klimaatbeleid.