BWBR0049277
Geldig vanaf 2024-01-19
Artikel 3
Instellingsbesluit programmaraad Ontwikkelkracht
1. De programmaraad bestaat uit een voorzitter en ten hoogste 8 overige leden.
2. De leden worden door de minister benoemd en, in voorkomend geval, door de minister geschorst of tussentijds ontslagen.
3. De benoeming geschiedt voor de duur dat de programmaraad is ingesteld.
4. De raad kiest bij de eerste bijeenkomst uit haar midden de voorzitter.
5. Een lid neemt niet deel aan de vergadering van de programmaraad indien het een advies over een onderwerp betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
6. Een lid kan worden geschorst of tussentijds worden ontslagen indien:
a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;
b. het functioneren van het lid daartoe aanleiding geeft; of
c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van het lid niet gewaarborgd is.
7. Bij tussentijds ontslag van de voorzitter kan de minister een andere voorzitter benoemen.
8. Bij tussentijds ontslag van een overig lid kan de minister een ander lid benoemen.
2. De leden worden door de minister benoemd en, in voorkomend geval, door de minister geschorst of tussentijds ontslagen.
3. De benoeming geschiedt voor de duur dat de programmaraad is ingesteld.
4. De raad kiest bij de eerste bijeenkomst uit haar midden de voorzitter.
5. Een lid neemt niet deel aan de vergadering van de programmaraad indien het een advies over een onderwerp betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
6. Een lid kan worden geschorst of tussentijds worden ontslagen indien:
a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;
b. het functioneren van het lid daartoe aanleiding geeft; of
c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van het lid niet gewaarborgd is.
7. Bij tussentijds ontslag van de voorzitter kan de minister een andere voorzitter benoemen.
8. Bij tussentijds ontslag van een overig lid kan de minister een ander lid benoemen.