BWBR0049210
Geldig vanaf 2024-01-11
Artikel 4
Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2024
1. De Minister verstrekt aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2024 aan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs, met een vestiging die is opgenomen in bijlage 2.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de vestiging op 1 oktober 2023.
4. In afwijking van het derde lid wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging van een vestiging die op grond van de Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VOvoor het schooljaar 2021–2022 aanvullende bekostiging ontving en wegens een samenvoeging voor 1 augustus 2023 niet langer zelfstandig bestaat, berekend op basis van het laatst bekende leerlingenaantal van de geselecteerde vestiging in de regeling voor de arbeidsmarkttoelage voor het schooljaar 2021–2022.
5. Het bedrag per leerling bedraagt € 782,57 voor pro-vestigingen en € 625,72 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in maart 2024 vastgesteld.
7. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
8. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2024 gewijzigd vast op grond van de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar en voor het derde lid tevens op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen dat op 1 oktober van het kalenderjaar 2023 stond ingeschreven bij de school.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op de vestiging op 1 oktober 2023.
4. In afwijking van het derde lid wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging van een vestiging die op grond van de Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs PO en VOvoor het schooljaar 2021–2022 aanvullende bekostiging ontving en wegens een samenvoeging voor 1 augustus 2023 niet langer zelfstandig bestaat, berekend op basis van het laatst bekende leerlingenaantal van de geselecteerde vestiging in de regeling voor de arbeidsmarkttoelage voor het schooljaar 2021–2022.
5. Het bedrag per leerling bedraagt € 782,57 voor pro-vestigingen en € 625,72 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs.
6. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in maart 2024 vastgesteld.
7. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
8. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2024 gewijzigd vast op grond van de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar en voor het derde lid tevens op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen dat op 1 oktober van het kalenderjaar 2023 stond ingeschreven bij de school.