BWBR0049203
Geldig vanaf 2024-01-09
Artikel 3
Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen
1. De aanvraag bevat in ieder geval
a. De naam van de gemeenten waarvoor een aanvraag wordt gedaan;
b. de datum van de aanvraag;
c. een begroting van de totale kosten voor het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, uitgesplitst naar kostencategorieën, waaronder in elk geval de kosten van regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorgkosten en materiële uitgaven.
2. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2024, of een later moment vanaf welk de werkzaamheden worden uitgevoerd, tot en met 31 december 2024, dient vóór 1 oktober 2024 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Minister een aanvraag ingediend op of na 1 oktober van het betreffende boekjaar, maar vóór 1 mei van het daaropvolgende boekjaar toekennen, indien er sprake is van:
a. een onverwacht hoge toestroom van ontheemden na 1 oktober van het betreffende boekjaar; of,
b. een stagnatie of afname van het aantal opvangplekken ten opzichte van het aantal ontheemden dat een opvangplek nodig heeft; of
c. een andere aantoonbare reden waarom de kosten niet konden worden voorzien.
4. De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt alleen ingewilligd indien:
a. de landelijke bezettingsgraad van het aantal gerealiseerde opvangplekken boven de 95% ligt, en;
b. de doorstroom van eerste opvang naar gemeentelijke opvang stagnatie heeft vertoond in de tweede helft van het betreffende boekjaar, en;
c. de kosten zijn of worden gemaakt in het betreffende boekjaar.
a. De naam van de gemeenten waarvoor een aanvraag wordt gedaan;
b. de datum van de aanvraag;
c. een begroting van de totale kosten voor het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, uitgesplitst naar kostencategorieën, waaronder in elk geval de kosten van regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorgkosten en materiële uitgaven.
2. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2024, of een later moment vanaf welk de werkzaamheden worden uitgevoerd, tot en met 31 december 2024, dient vóór 1 oktober 2024 te worden gedaan. Een aanvraag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025, dient vóór 1 oktober 2025 te worden gedaan.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Minister een aanvraag ingediend op of na 1 oktober van het betreffende boekjaar, maar vóór 1 mei van het daaropvolgende boekjaar toekennen, indien er sprake is van:
a. een onverwacht hoge toestroom van ontheemden na 1 oktober van het betreffende boekjaar; of,
b. een stagnatie of afname van het aantal opvangplekken ten opzichte van het aantal ontheemden dat een opvangplek nodig heeft; of
c. een andere aantoonbare reden waarom de kosten niet konden worden voorzien.
4. De aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt alleen ingewilligd indien:
a. de landelijke bezettingsgraad van het aantal gerealiseerde opvangplekken boven de 95% ligt, en;
b. de doorstroom van eerste opvang naar gemeentelijke opvang stagnatie heeft vertoond in de tweede helft van het betreffende boekjaar, en;
c. de kosten zijn of worden gemaakt in het betreffende boekjaar.