BWBR0049197
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel II
Wijzigingswet Wet op de omzetbelasting 1968 (aanpassing aanvullende regeling voor antiek, kunst- en verzamelvoorwerpen, en aanpassingen bepalingen inzake plaats van dienst voor de heffing van omzetbelasting bij bepaalde diensten die virtueel aan een afnemer worden verricht)
De wederverkoper waarvan het verzoek door de inspecteur is ingewilligd, bedoeld in artikel 28c, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, en die tot en met 31 december 2024 ter zake van een levering in aanmerking zou komen voor de toepassing van artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel luidde op die datum, maar ter zake van die levering vanaf 1 januari 2025 niet meer in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, kan de belasting die hij ingevolge artikel 28e, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968niet in aftrek heeft gebracht alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak van het kalenderjaar 2025.