BWBR0049179
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 10
Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver
1. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetbedraagt € 200.000.000.
2. De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, bedraagt vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
3. De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van de volledige ingebruikneming van het windpark.
4. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wetwordt verbeurd bedraagt:
a. € 0 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht;
b. € 10.000.000 voor de eerste en tweede maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en
c. € 20.000.000 voor elke maand volgend op de tweede maand op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht.
5. De waarborgsom, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetwordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009van het Europees parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.
2. De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, bedraagt vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
3. De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van de volledige ingebruikneming van het windpark.
4. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wetwordt verbeurd bedraagt:
a. € 0 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht;
b. € 10.000.000 voor de eerste en tweede maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en
c. € 20.000.000 voor elke maand volgend op de tweede maand op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht.
5. De waarborgsom, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetwordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009van het Europees parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.