BWBR0049163
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5
Besluit aanwijzing toezichthouders fysieke leefomgeving
Ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden:
a. ten aanzien van mijnbouwwerken en windparken als bedoeld in de Omgevingswet en de Wet Windenergie op zee, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: – de Wet explosieven voor civiel gebruik;
– de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
– de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
– de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
– de Wet explosieven voor civiel gebruik;
– de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
– de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
– de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
b. ten aanzien van mijnbouwwerken aangewezen als ambtenaren ten aanzien van wie, in geval van levering van leidingwater door collectieve watervoorzieningen die aanwezig zijn op een mijnbouwinstallatie, als bedoeld inde Mijnbouwwet, het ten aanzien van de inspecteur in de artikelen 35, tweede tot en met vierde lid, 36, 37, derde lid, 49, 51 en 52 van de Drinkwaterwet bepaalde van toepassing is.
a. ten aanzien van mijnbouwwerken en windparken als bedoeld in de Omgevingswet en de Wet Windenergie op zee, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: – de Wet explosieven voor civiel gebruik;
– de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
– de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
– de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
– de Wet explosieven voor civiel gebruik;
– de Wet milieubeheer, met uitzondering van de titels 9.7 en 9.8;
– de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
– de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels;
b. ten aanzien van mijnbouwwerken aangewezen als ambtenaren ten aanzien van wie, in geval van levering van leidingwater door collectieve watervoorzieningen die aanwezig zijn op een mijnbouwinstallatie, als bedoeld inde Mijnbouwwet, het ten aanzien van de inspecteur in de artikelen 35, tweede tot en met vierde lid, 36, 37, derde lid, 49, 51 en 52 van de Drinkwaterwet bepaalde van toepassing is.