BWBR0049140
Geldig vanaf 30-12-2023
Artikel 2
Beleidsregel criteria verduurzamingsloket gewasbeschermingsmiddelen Ctgb
1. Deze beleidsregel geeft invulling aan de wijze waarop het Ctgb bepaalt of een aanvraag voor toelating van een gewasbeschermingsmiddel versneld in behandeling wordt genomen, zoals bedoeld in de beleidsregel toelatingsprocedure gewasbeschermingsmiddelen en biociden Ctgb 2024.
2. De volgende aanvragen voor zowel professioneel als niet-professioneel gebruik komen in aanmerking voor versnelde inbehandelingname, mits de aanvraag aan de criteria uiteengezet onder lid 3 van dit artikel voldoet:
a. een aanvraag voor een nieuwe toelating van een gewasbeschermingsmiddel in Nederland;
b. een aanvraag voor uitbreiding van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel met een nieuw gebruik in Nederland.
3. Alle werkzame stoffen in dit gewasbeschermingsmiddel behoren tot tenminste één van de volgende categorieën (Zie Bijlage I. Beslisboom criteria verduurzamingsloket):
a. (verwacht) laagrisicostoffen;
b. levende micro-organismen (inclusief virussen);
c. niet-chemische stoffen met een niet-toxische of selectief-toxische werking.
4. Een werkzame stof wordt in de context van het verduurzamingsloket beschouwd als niet-chemisch indien deze van natuurlijke oorsprong is, of identiek is aan een stof van natuurlijke oorsprong (inclusief dsRNA, antilichamen en peptiden).
5. Een werkzame stof wordt in de context van het verduurzamingsloket beschouwd als niet-toxisch of selectief toxisch indien:
a. het een semiochemical betreft, en/of
b. op de werkzame stof geen enkele van de classificaties van toepassing is die genoemd worden in Bijlage II, punt 5.1.1, aanhef en onder a van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Hierbij leidt zowel een classificatie als acuut toxisch voor in het water levende organismen, als een classificatie als chronisch toxisch voor in het water levende organismen tot uitsluiting van behandeling via het verduurzamingsloket.
2. De volgende aanvragen voor zowel professioneel als niet-professioneel gebruik komen in aanmerking voor versnelde inbehandelingname, mits de aanvraag aan de criteria uiteengezet onder lid 3 van dit artikel voldoet:
a. een aanvraag voor een nieuwe toelating van een gewasbeschermingsmiddel in Nederland;
b. een aanvraag voor uitbreiding van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel met een nieuw gebruik in Nederland.
3. Alle werkzame stoffen in dit gewasbeschermingsmiddel behoren tot tenminste één van de volgende categorieën (Zie Bijlage I. Beslisboom criteria verduurzamingsloket):
a. (verwacht) laagrisicostoffen;
b. levende micro-organismen (inclusief virussen);
c. niet-chemische stoffen met een niet-toxische of selectief-toxische werking.
4. Een werkzame stof wordt in de context van het verduurzamingsloket beschouwd als niet-chemisch indien deze van natuurlijke oorsprong is, of identiek is aan een stof van natuurlijke oorsprong (inclusief dsRNA, antilichamen en peptiden).
5. Een werkzame stof wordt in de context van het verduurzamingsloket beschouwd als niet-toxisch of selectief toxisch indien:
a. het een semiochemical betreft, en/of
b. op de werkzame stof geen enkele van de classificaties van toepassing is die genoemd worden in Bijlage II, punt 5.1.1, aanhef en onder a van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Hierbij leidt zowel een classificatie als acuut toxisch voor in het water levende organismen, als een classificatie als chronisch toxisch voor in het water levende organismen tot uitsluiting van behandeling via het verduurzamingsloket.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049140
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl