BWBR0049131
Geldig vanaf 2024-12-18
Artikel IXa
Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling
De bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds worden geacht met ingang van 1 januari 2025 niet verhandelbaar te zijn indien:
a. het fonds voor gemene rekening of het lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. het fonds onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 niet belastingplichtig was op grond van artikel 2 of 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
c. uiterlijk op 31 december 2025 de vervreemding van de bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening; en
d. reeds vóór 1 januari 2025 het voornemen bestond om aan de voorwaarde in onderdeel c te voldoen.
a. het fonds voor gemene rekening of het lichaam opgericht of aangegaan naar het recht van een andere staat dat een met een fonds voor gemene rekening vergelijkbare rechtsvorm heeft zonder toepassing van dit artikel met ingang van 1 januari 2025 belastingplichtig zou zijn op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. het fonds onmiddellijk voorafgaand aan 1 januari 2025 niet belastingplichtig was op grond van artikel 2 of 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
c. uiterlijk op 31 december 2025 de vervreemding van de bewijzen van deelgerechtigdheid in het fonds uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening; en
d. reeds vóór 1 januari 2025 het voornemen bestond om aan de voorwaarde in onderdeel c te voldoen.