BWBR0049123
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 5
Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024
De vergoeding van de schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de wetbestaat bij:
a. een langsleiding uit een percentage van de berekende schade, welk percentage lineair gerelateerd is aan de tijdsduur die is verstreken: i. vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit tot verlening van de vergunning tot en met de dag van de toezending of uitreiking van het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning, of
ii. vanaf de datum van ontvangst van de melding tot en met de dag van de toezending of uitreiking van de verlegplichtmededeling zulks overeenkomstig hetgeen terzake is weergegeven ten behoeve van respectievelijk de droge en natte infrastructuur in de schema’s uit de bij deze beleidsregel behorende bijlage 2;
i. vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit tot verlening van de vergunning tot en met de dag van de toezending of uitreiking van het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning, of
ii. vanaf de datum van ontvangst van de melding tot en met de dag van de toezending of uitreiking van de verlegplichtmededeling
b. een kruisende leiding uit de componenten kosten van ontwerp en begeleiding alsmede uitvoeringskosten van de werkelijke verleggingskosten.
c. een buitenleiding uit de componenten kosten van ontwerp en begeleiding alsmede uitvoeringskosten van de werkelijke verleggingskosten.
a. een langsleiding uit een percentage van de berekende schade, welk percentage lineair gerelateerd is aan de tijdsduur die is verstreken: i. vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit tot verlening van de vergunning tot en met de dag van de toezending of uitreiking van het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning, of
ii. vanaf de datum van ontvangst van de melding tot en met de dag van de toezending of uitreiking van de verlegplichtmededeling zulks overeenkomstig hetgeen terzake is weergegeven ten behoeve van respectievelijk de droge en natte infrastructuur in de schema’s uit de bij deze beleidsregel behorende bijlage 2;
i. vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit tot verlening van de vergunning tot en met de dag van de toezending of uitreiking van het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning, of
ii. vanaf de datum van ontvangst van de melding tot en met de dag van de toezending of uitreiking van de verlegplichtmededeling
b. een kruisende leiding uit de componenten kosten van ontwerp en begeleiding alsmede uitvoeringskosten van de werkelijke verleggingskosten.
c. een buitenleiding uit de componenten kosten van ontwerp en begeleiding alsmede uitvoeringskosten van de werkelijke verleggingskosten.