BWBR0049076
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 8
Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024
1. De commissie stelt de aanvrager in kennis van de te volgen procedure.
2. De commissie stelt de aanvrager en de Minister in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting. Beiden kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde.
3. Meegebrachte deskundigen worden in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven.
4. Van de toelichtingen wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt aan aanvrager en de Minister toegezonden.
5. Alvorens de commissie haar definitieve advies opstelt, maakt zij een conceptadvies op. Dit conceptadvies wordt uiterlijk acht weken nadat de commissie is ingesteld, aan aanvrager en aan de Minister toegezonden. De commissie kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen. Hiervan doet zij tijdig en onder opgaaf van redenen mededeling aan de Minister en aanvrager.
6. Aanvrager en de Minister maken eventuele bedenkingen tegen het conceptadvies, uiterlijk vier weken na de datum van verzending daarvan, schriftelijk aan de commissie kenbaar. Op verzoek van de aanvrager of de Minister kan de commissie deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van de termijn doet de commissie mededeling aan aanvrager en de Minister.
7. De commissie stelt haar definitieve advies vast binnen vier weken na het verstrijken van de in het zesde lid genoemde termijn. Zij zendt het advies toe aan aanvrager en aan de Minister. Deze termijn kan de commissie eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Hiervan doet zij tijdig en onder opgaaf van redenen mededeling aan de Minister en aanvrager.
2. De commissie stelt de aanvrager en de Minister in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting. Beiden kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde.
3. Meegebrachte deskundigen worden in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven.
4. Van de toelichtingen wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt aan aanvrager en de Minister toegezonden.
5. Alvorens de commissie haar definitieve advies opstelt, maakt zij een conceptadvies op. Dit conceptadvies wordt uiterlijk acht weken nadat de commissie is ingesteld, aan aanvrager en aan de Minister toegezonden. De commissie kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen. Hiervan doet zij tijdig en onder opgaaf van redenen mededeling aan de Minister en aanvrager.
6. Aanvrager en de Minister maken eventuele bedenkingen tegen het conceptadvies, uiterlijk vier weken na de datum van verzending daarvan, schriftelijk aan de commissie kenbaar. Op verzoek van de aanvrager of de Minister kan de commissie deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van de termijn doet de commissie mededeling aan aanvrager en de Minister.
7. De commissie stelt haar definitieve advies vast binnen vier weken na het verstrijken van de in het zesde lid genoemde termijn. Zij zendt het advies toe aan aanvrager en aan de Minister. Deze termijn kan de commissie eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Hiervan doet zij tijdig en onder opgaaf van redenen mededeling aan de Minister en aanvrager.