BWBR0049033
Geldig vanaf 2024-12-09
Artikel 5
Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren
1. Gedeputeerde staten besteden het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage Iopgenomen bedrag voor de verdeling middelen voor ondersteunende taken provincies uiterlijk 31 december 2030 aan:
a. het adviseren van gemeenten over het soortenmanagementplan;
b. het beoordelen van aanvragen van gemeenten van ontheffingen, vergunningen of vrijstellingen die worden onderbouwd met een soortenmanagementplan;
c. het realiseren of financieren van alternatieve verblijfplaatsen;
d. het toezichthouden op en handhaven van voorschriften ter bescherming van beschermde diersoorten, in zoverre dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving; of
e. alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2.
2. Gedeputeerde staten besteden ten minste van het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage Iopgenomen totale bedrag voor de verdeling van middelen voor ondersteunende taken van provincies, het voor die provincie in bijlage IIIopgenomen bedrag aan de activiteiten genoemd in het eerste lid, onderdeel c.
3. Gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk 1 juli 2028 het voor die provincie in de tweede kolom van de tabel in bijlage Ivoor de verdeling van middelen ter verstrekking aan gemeenten voor soortenmanagementplannen opgenomen bedrag aan een deel van de gemeentes binnen hun provincie ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van soortenmanagementplannen, op een manier die naar hun oordeel bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen.
4. Wanneer gedeputeerde staten op grond van het derde lid een bedrag verstrekken aan een gemeente, dan verstrekken zij het voor die gemeente in bijlage IIopgenomen bedrag.
5. Middelen die door gedeputeerde staten worden verstrekt aan gemeenten dienen uiterlijk 31 december 2030 door gemeenten te zijn besteed.
6. Gedeputeerde staten besteden de specifieke uitkering alleen aan activiteiten die na 1 januari 2021 zijn gestart.
7. In afwijking van het vierde lid, kunnen gedeputeerde staten een lager bedrag, dan het voor die gemeente in bijlage IIopgenomen bedrag, op grond van het derde lid aan een gemeente verstrekken, indien de op het moment van verstrekking te verwachten werkelijke kosten lager liggen dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag.
8. Indien gedeputeerde staten op grond van het zevende lid een lager bedrag verstrekken dan het bedrag opgenomen in bijlage II, dan kunnen zij het verschil tussen het verstrekte bedrag en het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag verstrekken aan een andere gemeente, of andere gemeentes, voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, op een wijze die naar opvatting van gedeputeerde staten bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen, ook als daarmee in totaal een ander bedrag wordt verstrekt dan het voor die andere gemeente, of andere gemeentes, in bijlage II opgenomen bedrag.
a. het adviseren van gemeenten over het soortenmanagementplan;
b. het beoordelen van aanvragen van gemeenten van ontheffingen, vergunningen of vrijstellingen die worden onderbouwd met een soortenmanagementplan;
c. het realiseren of financieren van alternatieve verblijfplaatsen;
d. het toezichthouden op en handhaven van voorschriften ter bescherming van beschermde diersoorten, in zoverre dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving; of
e. alle kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2.
2. Gedeputeerde staten besteden ten minste van het voor die provincie in de derde kolom van de tabel in bijlage Iopgenomen totale bedrag voor de verdeling van middelen voor ondersteunende taken van provincies, het voor die provincie in bijlage IIIopgenomen bedrag aan de activiteiten genoemd in het eerste lid, onderdeel c.
3. Gedeputeerde staten verstrekken uiterlijk 1 juli 2028 het voor die provincie in de tweede kolom van de tabel in bijlage Ivoor de verdeling van middelen ter verstrekking aan gemeenten voor soortenmanagementplannen opgenomen bedrag aan een deel van de gemeentes binnen hun provincie ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van soortenmanagementplannen, op een manier die naar hun oordeel bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen.
4. Wanneer gedeputeerde staten op grond van het derde lid een bedrag verstrekken aan een gemeente, dan verstrekken zij het voor die gemeente in bijlage IIopgenomen bedrag.
5. Middelen die door gedeputeerde staten worden verstrekt aan gemeenten dienen uiterlijk 31 december 2030 door gemeenten te zijn besteed.
6. Gedeputeerde staten besteden de specifieke uitkering alleen aan activiteiten die na 1 januari 2021 zijn gestart.
7. In afwijking van het vierde lid, kunnen gedeputeerde staten een lager bedrag, dan het voor die gemeente in bijlage IIopgenomen bedrag, op grond van het derde lid aan een gemeente verstrekken, indien de op het moment van verstrekking te verwachten werkelijke kosten lager liggen dan het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag.
8. Indien gedeputeerde staten op grond van het zevende lid een lager bedrag verstrekken dan het bedrag opgenomen in bijlage II, dan kunnen zij het verschil tussen het verstrekte bedrag en het voor die gemeente in bijlage II opgenomen bedrag verstrekken aan een andere gemeente, of andere gemeentes, voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, op een wijze die naar opvatting van gedeputeerde staten bijdraagt aan een doelmatige versnelling van de isolatie van gebouwen, ook als daarmee in totaal een ander bedrag wordt verstrekt dan het voor die andere gemeente, of andere gemeentes, in bijlage II opgenomen bedrag.