BWBR0048996
Geldig vanaf 2023-12-07
Artikel 9
Instellingsbesluit beoordelingscommissie MDT
1. De leden van de commissie ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen, de voorbereiding van de individuele beoordelingen en overige bijeenkomsten in het kader van hun werkzaamheden vacatiegelden overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. Deze vergoeding wordt toegekend per dagdeel. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op 3% van het maximum van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten CAO Rijk. De vergoeding van de voorzitter van de commissie of de voorzitter van een subcommissie bedraagt 130% van de vergoeding die aan de overige leden van de commissie wordt toegekend.
2. Een commissielid ontvangt een vergoeding van twee dagdelen voor het bijwonen van een beoordelingsdag.
3. Naast de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, ontvangt de voorzitter van een subcommissie een vergoeding van één dagdeel voor het uitbrengen van het advies aan de Minister.
4. Naast de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de voorzitter van de commissie in overleg met DUS-I ten hoogste één dagdeel per commissielid reserveren voor werkzaamheden betreffende voorbereiding en evaluatie.
5. Werkzaamheden in het kader van een aanvullend advies aan de Minister komen in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking.
6. De leden en de voorzitter ontvangen een reiskostenvergoeding waarbij de vergoeding plaatsvindt op basis van:
a. openbaar vervoer, 2e klasse; of
b. € 0,21 per kilometer en parkeerkosten.
7. Overige kosten komen niet in aanmerking voor vergoeding.
2. Een commissielid ontvangt een vergoeding van twee dagdelen voor het bijwonen van een beoordelingsdag.
3. Naast de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, ontvangt de voorzitter van een subcommissie een vergoeding van één dagdeel voor het uitbrengen van het advies aan de Minister.
4. Naast de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de voorzitter van de commissie in overleg met DUS-I ten hoogste één dagdeel per commissielid reserveren voor werkzaamheden betreffende voorbereiding en evaluatie.
5. Werkzaamheden in het kader van een aanvullend advies aan de Minister komen in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking.
6. De leden en de voorzitter ontvangen een reiskostenvergoeding waarbij de vergoeding plaatsvindt op basis van:
a. openbaar vervoer, 2e klasse; of
b. € 0,21 per kilometer en parkeerkosten.
7. Overige kosten komen niet in aanmerking voor vergoeding.