BWBR0048993
Geldig vanaf 2024-11-18
Artikel 9
Subsidieregeling BOSA
1. De volgende kosten komen in ieder geval in aanmerking voor subsidie:
a. de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie;
b. de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van onroerende zaken behorende bij een sportaccommodatie;
c. de kosten van de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen;
d. de kosten van materiaal voor onderhoud, waaronder huur- en leasekosten van materiaal voor onderhoud;
e. de bruto personeelskosten ten behoeve van bouw en onderhoud;
f. de kosten van schoonmaak van de sportaccommodatie;
g. de kosten die samenhangen met onderzoek en advies voor de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie; of
h. de kosten voor een architect.
2. De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking voor subsidie:
a. de kosten voor de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een horecavoorziening van een sportaccommodatie;
b. de kosten voor het tijdelijk huren van faciliteiten ten behoeve van het opslaan van sportmaterialen;
c. de kosten voor aankoop, erfpacht of huur van grond;
d. de kosten voor verzekeringen, anders dan een CAR-verzekering;
e. de kosten voor opleidingen;
f. de kosten voor reclame, advertenties, sponsoring of promotiemateriaal;
g. verbruikskosten ten behoeve van een sportaccommodatie, ongeacht of deze samenhangen met onderhoud; en
h. de kosten voor beeldschermen, desktops, laptops, printers, tablets of telefoons.
3. Wanneer bestedingen van een amateursportorganisatie door een gemeente in haar aanvraag voor een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sportworden meegenomen, komt deze amateursportorganisatie voor het kalenderjaar van deze aanvraag in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie op grond van onderhavige regeling.
a. de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie;
b. de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van onroerende zaken behorende bij een sportaccommodatie;
c. de kosten van de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen;
d. de kosten van materiaal voor onderhoud, waaronder huur- en leasekosten van materiaal voor onderhoud;
e. de bruto personeelskosten ten behoeve van bouw en onderhoud;
f. de kosten van schoonmaak van de sportaccommodatie;
g. de kosten die samenhangen met onderzoek en advies voor de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie; of
h. de kosten voor een architect.
2. De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking voor subsidie:
a. de kosten voor de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een horecavoorziening van een sportaccommodatie;
b. de kosten voor het tijdelijk huren van faciliteiten ten behoeve van het opslaan van sportmaterialen;
c. de kosten voor aankoop, erfpacht of huur van grond;
d. de kosten voor verzekeringen, anders dan een CAR-verzekering;
e. de kosten voor opleidingen;
f. de kosten voor reclame, advertenties, sponsoring of promotiemateriaal;
g. verbruikskosten ten behoeve van een sportaccommodatie, ongeacht of deze samenhangen met onderhoud; en
h. de kosten voor beeldschermen, desktops, laptops, printers, tablets of telefoons.
3. Wanneer bestedingen van een amateursportorganisatie door een gemeente in haar aanvraag voor een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sportworden meegenomen, komt deze amateursportorganisatie voor het kalenderjaar van deze aanvraag in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie op grond van onderhavige regeling.