BWBR0048989
Geldig vanaf 2023-11-07
Artikel 4
Onderlinge regeling inzake het Strategic Education Alliance-programma
1. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van Nederland stelt na voorafgaande gezamenlijke instemming in het Ministerieel Vierlandenoverleg OCW de ‘Adviescommissie SEA’ in, door middel van een instellingsbesluit.
2. Deze adviescommissie heeft tot taak het Ministerieel Vierlandenoverleg OCW gevraagd en ongevraagd te adviseren over of een voorstel te doen voor de ontwikkeling, uitvoering en voortgang van de programma’s van de SEA.
3. De adviescommissie bestaat uit een voorzitter, vicevoorzitter en vier andere leden, waarbij elk Koninkrijksland en het vervolgonderwijs is vertegenwoordigd.
4. De voorzitter en vicevoorzitter vervullen een ambassadeursrol waarin zij het programma van de SEA en haar activiteiten onder de aandacht brengen van bestaande en nieuwe stakeholders.
5. De werkwijze van de adviescommissie, de vergoedingen voor de leden, de instellingsduur en de vergoeding van de kosten van de adviescommissie worden in het instellingsbesluit geregeld.
6. De adviescommissie wordt na een instellingsduur van drie jaren opgeheven met ingang van 31 december 2026.
7. In een Ministerieel Vierlandenoverleg OCW voorafgaand aan het einde van de instellingsduur kunnen de Koninkrijkslanden gezamenlijk instemmen om op basis van deze onderlinge regeling de instellingsduur van de adviescommissie telkens voor een periode van drie jaren te verlengen.
8. Het instellingsbesluit, genoemd in het eerste lid, wordt binnen door Nederland 30 dagen na ondertekening gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Deze adviescommissie heeft tot taak het Ministerieel Vierlandenoverleg OCW gevraagd en ongevraagd te adviseren over of een voorstel te doen voor de ontwikkeling, uitvoering en voortgang van de programma’s van de SEA.
3. De adviescommissie bestaat uit een voorzitter, vicevoorzitter en vier andere leden, waarbij elk Koninkrijksland en het vervolgonderwijs is vertegenwoordigd.
4. De voorzitter en vicevoorzitter vervullen een ambassadeursrol waarin zij het programma van de SEA en haar activiteiten onder de aandacht brengen van bestaande en nieuwe stakeholders.
5. De werkwijze van de adviescommissie, de vergoedingen voor de leden, de instellingsduur en de vergoeding van de kosten van de adviescommissie worden in het instellingsbesluit geregeld.
6. De adviescommissie wordt na een instellingsduur van drie jaren opgeheven met ingang van 31 december 2026.
7. In een Ministerieel Vierlandenoverleg OCW voorafgaand aan het einde van de instellingsduur kunnen de Koninkrijkslanden gezamenlijk instemmen om op basis van deze onderlinge regeling de instellingsduur van de adviescommissie telkens voor een periode van drie jaren te verlengen.
8. Het instellingsbesluit, genoemd in het eerste lid, wordt binnen door Nederland 30 dagen na ondertekening gepubliceerd in de Staatscourant.